enveloppe icoon facebook zoeken

Nu verschenen!

De Code van de Tijd.
De mensheid verlaat de eeuwige cirkel van de natuur en begint een reis door de tijd. Van Abraham tot Jezus markeert het Ramtijdperk de geboorte van lineair denken, monotheïsme en vooruitgang — verteld via de mythische erfenis van de Bijbel. Lees meer …

boekomslag De Coden van de Tijd

Met het Tijdgeestmodel duidt Jeroen Visbeek de geest van de tijd met behulp van de precessiekalender en het Dierenriemmodel. Uit het Tijdgeestmodel volgen cycli (met jaartallen) voor beschavingen met tijdperken van 2155, 180 en 15 jaar. Over het Tijdgeestmodel schrijft Jeroen boeken, artikelen en een blog. Het model presenteert hij in lezingen, radioprogramma's en eigen video's.

Wetenschap als een goddeloze religie

Na de ongekende vooruitgang van de wetenschap in het historische Watermantijdperk (1785-1964) verloor de wetenschap in het historische Vissentijdperk (1964-2144) haar scherpzinnigheid. Dat begon in de jaren 1960-70 toen er standaardmodellen werden opgesteld in de kosmologie (oerknal), natuurkunde (het standaardmodel van de deeltjesfysica), geologie (plaattektoniek) en biologie (oersoep). Als klap op de vuurpijl bewees de eerste maanlanding dat de mens zijn beperkingen had overwonnen. Een god was niet meer nodig. Vervolgens gingen de wetenschapsadepten geloven dat de mens met zijn verstand de natuur kan bedwingen en ze vinden hun zingeving in ‘het redden van de aarde’. Ze leven met de blijde belofte van een technologisch paradijs, waarin de Nieuwe Mens het eeuwige leven kan hebben dankzij de versmelting van mens en techniek. De wetenschap werd een goddeloze religie.

De standaardmodellen werden in steen werden gebeiteld. Afwijken van de dogma’s werd praktisch onmogelijk. Critici worden weggezet als ketters. Wetenschappers die vraagtekens zetten bij de klimaathysterie of de evolutietheorie worden geëxcommuniceerd. Het toepassen van de wetenschappelijke methode (experimenteren, bewijzen en falsificeren) is vervangen door het geloof in een consensus. Deze kliekvorming is dodelijk voor de wetenschap. Want een meerderheid van meningen bewijst niets. Einstein zei al: wetenschap is geen democratie. De bewering dat 97 procent van de wetenschappers het erover eens zou zijn dat de mens verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde is een gotspe. Wie het betreffende onderzoek echt uitspit, komt tot de conclusie dat minder dan 1 procent van de wetenschappers zeker meent te weten dat de huidige opwarming hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door de mens!

De wetenschap is in haar postmoderne middeleeuwen verstrikt geraakt in het zielloze materialisme. Volgens het materialisme komt het leven voort uit de levenloze materie en deze laatste zou te beschrijven zijn als een kosmisch informatieverwerkingssysteem. Een soort supercomputer die data verwerkt volgens de natuurwetten. In deze visie is het bewustzijn niet meer dan een restproduct van hersenactiviteit en is de vrije wil een illusie. De aanhangers van het materialisme hebben een heilig geloof gekregen dat (computer)modellen de fundamentele Waarheid representeren.

De ‘alles is informatie’-visie is een reactie op het postmoderne idee dat de Waarheid niet zou bestaan. Volgens het dataïsme zouden de cijfers wél objectief zijn … maar niets is minder waar. Kale cijfers zeggen feitelijk niets. De ingaande en uitgaande informatie moet altijd worden geïnterpreteerd. Uit een zelfde set data kunnen tegengestelde conclusies worden getrokken. Als je niet weet wat normaal is, kun je van elk cijfer een schande maken. Statistieken kunnen daarom ook zeer misleidend zijn. De Amerikaanse schrijver Mark Twain schreef: er zijn drie soorten leugens: leugens, grote leugens en statistieken. Winston Churchill dacht er ook het zijne van: ‘Ik geloof alleen de statistieken die ik zelf heb vervalst’.

Een fundamenteel probleem van het dataïsme is dat door onze waarnemingshorizon veel informatie onbekend is. Hierdoor is in de natuurkunde de aandacht verschoven naar theoretische modellen, zoals de snaartheorie of de M-theorie. Deze modellen zijn niet meer dan zeer ingewikkelde wiskundige constructies welke met geen enkele waarneming of experiment kunnen worden bevestigd noch worden ontkracht. Alle modellen hebben een beperkte geldigheid, en voor complexe, dynamische systemen schieten alle modellen ernstig tekort. Daarom zijn betrouwbare voorspellingen in de economie, het weer en klimaat onmogelijk. Een ander probleem is dat het dataïsme totaal ongeschikt is om de Geest te beschrijven. De Geest is überhaupt niet meetbaar. Goethe zei al: ‘Het meten van het ding is een grove handeling die op levende wezens slechts hoogst onvolkomen kan worden uitgevoerd’. Toch is het materialisme doorgedrongen in de menswetenschappen, en dat heeft niets zinnigs opgeleverd. De neurobiologie heeft geen enkel benul van hoe mensen denken en voelen, de psychiatrie is verworden tot farmacie, economen proberen ontwikkelingen te duiden met wiskunde, statistiek en informatica, biologen zijn gebiologeerd door de evolutietheorie en erfelijkheidsleer, en ook sociologen en taalkundigen proberen tevergeefs allerlei wetten te ontdekken. Omdat de Geest onmeetbaar is, geldt voor modellen in de geestwetenschappen nog meer de regel: garbage in, garbage out.

Als een religie raakte de wetenschap gecorrumpeerd. Machthebbers gebruikten religies om de mensen in het gareel houden. Als het geprivilegieerde instrument van de macht werd de wetenschap ingezet om massa’s te manipuleren. Zo werd in de jaren tachtig de burgers bang gemaakt met verhalen over uitstervende bossen als gevolg van zure regen. Politici verschuilen zich achter de wetenschap om hun beleid te verantwoorden. Tijdens de coronacrisis verantwoordde Minister-president Mark Rutte zijn beleid met de frase ‘Wij varen op de wetenschap’ en daarmee werden wetenschappers aan de ene kant in de zetel van het godsperspectief geplaatst, maar aan de andere kant moesten zij naar de pijpen dansen van de politici (zo moest rivm-directeur Jaap van Dissel bakzeil halen over zijn wetenschappelijke stelling dat ‘mondkapjes niet werken’).

De goegemeente neemt niet de moeite om alles na te kijken en vaart blind op de autoriteit van wetenschappers, want ‘die zullen het toch wel weten’. De massa verlangt en verwacht dat de deskundigen antwoorden geven op hun vragen – net als vroeger meneer pastoor. Complexe wetenschappelijke hypotheses en theorieën met allerlei mitsen en maren, worden in de media gepopulariseerd tot verhalen. Het zijn verhalen over het leven van de oermens, over wat goed en slecht is voor de gezondheid, profetieën over de klimaatverandering en massa-extinctie enz. Deze verhalen krijgen hun eigen dynamiek, en de wetenschappers doen er vrolijk aan mee of ze worden er in meegesleurd. Dit alles betekent dat wetenschap en de interpretatie ervan, een filosofie, een metafysica en een moraal vereist. Dit feit heeft nogal wat consequenties, want kennelijk heb je een visie nodig om wetenschap te kunnen beoefenen en te duiden. Veel wetenschappers zetten zich in voor een betere wereld. Daarom gebruiken academici morele argumenten voor hun klimaat- en voedingsonderzoek. Ze zeggen bijvoorbeeld dat we minder vlees moeten eten voor het klimaat. Die combinatie van inhoudelijke kennis en moraliteit is wetenschap op zijn slechtst.

De wetenschap verloor haar scherpzinnigheid als gevolg van de commercialisering. Toen universiteit en onderzoeksbureaus in de jaren negentig na bezuinigingen op zoek moesten gaan naar ‘een derde geldstroom’ gingen de wetenschappers de markt op. En dan geldt de regel: wie betaalt bepaalt. Bedrijven zijn bereid om te betalen voor onderzoek mits het onderzoek voor dat bedrijf bruikbaar is (wetenschappelijk onderzoek toont aan dat dit product …). Bij onderzoeken die gefinancierd zijn door de tabaksindustrie is het natuurlijk wel duidelijk wat er achter steekt, maar ook de onderzoeken naar de werking geneesmiddelen en vaccins moet met argusogen worden bekeken. Het probleem met de objectiviteit geldt ook voor opdrachten vanuit de overheid. Door de derde geldstroom werden de financiële prikkels in de wetenschap net zo pervers als bij de banken. Banken kwamen met woekerpolissen en de wetenschapsindustrie creëert haar eigen markt met het verzinnen van nepproblemen (dit stofje is mogelijk kankerverwekkend). Dit businessmodel is heel succesvol op het gebied van gezondheid, natuur, het milieu en klimaat. Zonder problemen worden veel wetenschappers werkeloos. De wetenschapsindustrie draait op volle toeren. De laatste tien jaar zijn er ongeveer evenveel wetenschappelijke artikelen verschenen als in de gehele geschiedenis van de wetenschap daarvoor. Deze exponentieel stijgende stapel aan rapporten heeft nauwelijks nieuwe inzichten opgeleverd.

Door de commercialisering en corrumpering is de wetenschap meer gedreven op geld dan op waarheidsvinding. Door de druk die wetenschappers voelen om te scoren met relevante studies is de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek bedroevend slecht. Wetenschappelijke artikelen worden vaak meer gebruikt om er carrière mee maken (hoe meer wetenschappelijke publicaties, hoe meer kans om professor te worden). Wetenschappelijke tijdschriften willen graag publiceren wat in de mode is, en de peer review, waarbij vakgenoten een studie keuren voor publicatie, stelt vaak weinig voor omdat die peers niet (durven) afwijken van de consensus.

De belabberde kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek kwam aan het licht toen in de academische wereld in 2005 er de zogenoemde replicatiecrisis uitbrak. Die crisis begon met een aantal zware gevallen van wetenschapsfraude die aan het licht kwam. Data werd gemanipuleerd, archeologische artefacten werden nagemaakt, klonen van embryo’s werden verzonnen. Een bekend geval van wetenschapsfraude is Diederik Stapel. In 2011 kwam aan het licht dat de hoogleraar zich schuldig had gemaakt aan datamanipulatie en het verzinnen van gegevens. Schokkend was niet alleen de fraude zelf, maar ook dat de 55 publicaties waarbij fraude werd vastgesteld door het systeem van peerreview waren gekomen. Naast echte fraude, is het grootste probleem dat veel onderzoeken eigenlijk niets opleveren. Dit blijkt als men gaat proberen een onderzoek te herhalen. Dan kan 50 tot 85 procent van de onderzoeksresultaten niet worden bevestigd. En daarmee heeft het oorspronkelijke onderzoeksresultaat geen waarde en is waarschijnlijk ook de te onderbouwen hypothese of theorie onjuist. Dit probleem van de replicatie is wijdverbreid. Uit een studie van Monya Baker in 2016 bleek het volgende. Van 1576 wetenschappers – scheikundigen, natuurkundigen, ingenieurs, aard- en milieuwetenschappers, biologen, geneeskundigen en andere vakgebieden – had meer dan zeventig procent van hen zonder succes gepoogd andere studies te repliceren, terwijl ruim de helft niet in staat bleek eigen studies te repliceren. Ironisch genoeg kwamen de studies naar de kwaliteit van onderzoeken tot uiteenlopende conclusies.

Met gegoochel met cijfers worden mensen om de tuin geleid. Zo kon bijvoorbeeld het KNMI na gerommel met hun data (homogeniseren) beweren dat het aantal hittegolven de afgelopen eeuw is gestegen (en dat is in lijn met hun activistische klimaatalarmisme). Ook tijdens de coronapandemie speelden de cijfers een belangrijke rol. Maatregelen werden genomen op basis van twijfelachtige cijfers. En dat terwijl zelfs relatief eenvoudige cijfers zoals het aantal besmettingen, ziekenhuisopnames en doden alles behalve ‘objectief’ waren. Deze cijfers werden geconstrueerd op basis van een aantal subjectieve afspraken en aannames, maar steeds hadden de cijfers de neiging om de gevaarlijkheid van het virus schromelijk te overschatten. Zelfs het harde cijfer van de oversterfte kan men niet simpelweg toeschrijven aan de mortaliteit van het virus. Ze kan ook het gevolg zijn van de gevolgen van de vaccinaties, uitgestelde behandelingen, de lockdowns en zelfs het gevolg van verkeerde behandelingen.

De niet-religieuze samenleving omarmde de religie van de wetenschap. Maar omdat zuivere wetenschap ongeschikt is als religie, werd eerst het blikveld van de wetenschap vervormd en werd de gecorrumpeerde wetenschap geschikt en bruikbaar als religie.

Deel deze pagina
disclaimer en privacy Contact website bijgewerkt: 5 augustus 2026 © 2004-2026