enveloppe icoon facebook zoeken

Nu verschenen!

Europa is dood, lang leve Europa
Een prikkelende herlezing van Europa sinds de Franse Revolutie, waarin generaties, ideologieën en crises samenkomen in een Tijdgeestmodel. Lees meer …

boekomslag Europa is dood, lang leve Europa

Met het Tijdgeestmodel duidt Jeroen Visbeek de geest van de tijd met behulp van de precessiekalender en het Dierenriemmodel. Uit het Tijdgeestmodel volgen cycli (met jaartallen) voor beschavingen met tijdperken van 2155, 180 en 15 jaar. Over het Tijdgeestmodel schrijft Jeroen boeken en artikelen. Het model presenteert hij in lezingen, radioprogramma's en eigen video's.

Complotdenken is een collectieve waan

De omkering van de waarheid werd al in 1908 mooi verwoord in de roman The man who was Thursday. In deze roman van de Britse schrijver Giles Keith Chesterton houdt de dichter en anarchist Lucian Gregory een lofzang op de kunst van de vernietiging. De roman is een spannend verhaal over een wereldwijde samenzwering, gericht tegen de burgerlijke samenleving. Aan het einde wordt duidelijk dat alle topanarchisten eigenlijk agenten zijn van de Europese politie- en veiligheidsdiensten. Wat een anarchistische samenzwering leek, blijkt precies het omgekeerde: een samenzwering van diegenen die geacht worden het anarchisme te bestrijden. In de roman versmelten Goed en Kwaad en zijn de vijand en de bestrijder niet langer van elkaar te onderscheiden. Chestertons roman verwoordde briljant de heersende stemming op de drempel van de Victoriaanse tijd en de twintigste eeuw: de angst voor een wereldwijd netwerk van bommenleggers en anarchisten dat de bestaande samenlevingen in de ondergang wilde storten. Het boek is nog steeds actueel. Het idee van een wereldwijde schaduwmacht ligt ten grondslag aan vele populaire complottheorieën.

Ik moet toegeven dat ik wel smul van de ontsluiering van geheimen. Een complotverhaal leest als een spannend jongensboek waarin wereldbeelden kantelen. Met een andere manier van kijken lijkt alles ineens logisch op zijn plaats te vallen. Een heel register van emoties komen los: eerst de verbazing, dan de schok, de verontwaardiging en soms woede en machteloosheid maar ook een gevoel van superioriteit. En nadat het allemaal bezinkt, en ik er nog eens rustig over nadenk, komen er ook twijfels over wat nu echt waar is.

Veel complottheorieën zijn natuurlijk te gek voor woorden. Toch sluit ik zeker niet uit dat sommige complottheorieën een grote misstand of zelfs een kwaadaardig plan aan de kaak stellen. Ik heb grote twijfels bij de officiële lezing van de aanslagen van 11 september 2001, en ook de moord op Kennedy, de hiv-aidshypothese, de door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde en de coronahysterie roepen veel kritische vragen op. Maar in plaats van deze kwesties één voor één te beoordelen, ga ik in dit artikel de achterliggende drijfveren van het complotdenken duiden met het Vissenprincipe.

De behoefte aan een nieuw Groot Verhaal

Complotten zijn natuurlijk van alle tijden en samenzweringen gebeuren echt, maar sinds we vanaf 1964 in het historische Vissentijdperk leven lijken ze meer aandacht te krijgen. In onze lege consumptiemaatschappij zijn de ankers van de ideologieën losgeslagen, zijn de kerken leeggelopen en trekt vadertje staat zich terug als beschermheer. In de ‘doe het zelf’-samenleving voelen veel burgers zich vervreemd en onthecht. Ze zijn onzeker over werk, huis, inkomen, pensioen, hun identiteit en de toekomst. Zonder inbedding in de maatschappij staan veel mensen wantrouwend tegenover de vertrouwde instituties. Daardoor kunnen angsten voor terrorisme, ziektes, migratie, milieuvervuiling, klimaatverandering, en de gevolgen van technologische vooruitgang zich makkelijk hechten aan een aangereikt idee. In een beschaving die op haar laatste benen loopt voldoen de oude verhalen niet meer, maar voldoet juist het irrationele complotdenken aan de behoefte van een Groot Verhaal.

In de ‘onttoverde’ wereld zonder houvast appelleren complotten aan een diep verlangen naar een nieuw Groot Verhaal. De inhoud van zulke verhalen varieert van paranoïde gedachten over machtige bedrijven tot bizarre overtuigingen over een wereldelite die systematisch en op grote schaal kinderen seksueel misbruikt en offert om hun bloed te drinken, vaccins die microchips bevatten om ons in de gaten te houden, of het coronavirus dat als militair biologisch wapen is losgelaten om de overbevolking op aarde te bestrijden.

Hoe idioot ook het ook lijkt, het complotdenken haakt in op de bezorgdheid dat er geknaagd wordt aan de verworven vrijheden, rechten en welvaart. Veel burgers voelen zich machteloos tegenover grote bedrijven, onpersoonlijke instanties van de Grote Overheid, en intergouvernementele organisaties zoals het IMF en de Europese Unie. Daarbij komt dat autoritaire instituties (e.g. bedrijven, ministeries en geheime diensten) zo groot, ingewikkeld en ondoorgrondelijk zijn, dat het voor burgers makkelijk te concluderen is dat er onder deze wirwar allerlei dingen gebeuren die expres niet aan de buitenwereld worden getoond. In de ondoorgrondelijke technocratie verschuilen de politieke leiders zich achter hun adviseurs, wetenschappers, wetten en digitale systemen. Met de totalitaire regimes van Hitler en Stalin nog vers in het achterhoofd, voedt dit het idee dat er een geheime wereldwijde deepstate bestaat waar een kleine kliek machtige personen een plan uitrolt om de burgers tot slaven te maken. Zulke verhalen over een wereldwijd complot van de elite geeft in een tijd van chaos voor de dolende mens weer betekenis aan het leven.

De logica van de droomwereld

Het aanhangen van complotmythen past in de tijdgeest van Vissen. Na de strijd tussen de ideologieën tijdens het historische Watermantijdperk (1785-1964), leeft Vissen in een droomwereld waar fantasie en realiteit door elkaar lopen. Voor de vage Vissen is de werkelijkheid relatief en waarnemersafhankelijk. Zij husselt met gebeurtenissen op de tijdlijn en verhaspelt oorzaken en gevolgen. In het doolhof van de droomwereld komen flarden van beelden, vermoedens en gedachten samen tot verhalen. Ze verleiden met eenvoud, spiegelen wanorde in de betekenis, en ze bezweren de angst in een wereld op drift. De complottheorieën zijn de droomachtige wereldbeelden van Vissen. In de postmoderne maatschappij geven ze betekenis aan het leven. Daarom zijn ook games, sciencefiction en fantasy zo populair.

De holistische Vissen zoekt in de chaos naar een totaalbeeld van de machinaties van Goed en Kwaad. Het probleem is dat Vissen alle informatie nodig heeft om een compleet en scherp beeld te krijgen. Met een beperkte hoeveelheid en/of foutieve informatie kunnen met wat fantasie valse beelden ontstaan welke ten onrechte als dé Waarheid worden gezien. Als iemand ook echt gaat geloven in deze dromen, spreekt men van wanen.

Met Vissen die er vrolijk op los fantaseert, zien we dat veel complottheorieën zeer onwaarschijnlijk zijn en vaak aantoonbaar onjuist. Zeker, zorgen over de grote macht van bedrijven en overheden zijn algemeen aanvaard, begrijpelijk en aannemelijk. Maar de bizarre, onmogelijke inhoud van extreme complottheorieën lijkt sterk op de inhoud van paranoïde wanen. Complotdenkers kunnen zelfs meerdere, niet met elkaar verenigbare ideeën zonder probleem aanhangen. Vissen is niet sterk in de kritische analyse (Maagd: oppositie Vissen) en daarom is Vissen vatbaar voor wanen, bedrog en misleiding.

En daarbij lopen veel complotdenkers met open ogen in de valkuilen van onze ingebakken denkfouten. Ik zal enkele denkfouten (cognitieve bias) benoemen.

  • ‘Dit kan geen toeval zijn’: de neiging om patronen te ontwaren met oorzaak-gevolgrelaties. Want: ‘waar rook is moet ook vuur zijn’. Maar er is een verschil tussen correlatie (statistisch verband) en causaliteit (oorzaak-gevolg). IJsverkoop en verdrinkingen hangen bijvoorbeeld samen, maar de echte oorzaak van beide is warm weer.
  • Illusoire correlatie: een correlatie zien tussen twee variabelen die niets met elkaar te maken hebben.
  • Proportionaliteitsbias: doet mensen geloven dat significante gebeurtenissen aanzienlijke oorzaken moeten hebben. We hebben als mensen een hekel aan open eindjes. Een grote gebeurtenis, zoals een pandemie, moet wel als een plan zijn bedacht, door iemand die er iets mee wil bereiken. Toeval is psychologisch zwaarder te verteren dan een vooropgezet plan. Een onzichtbaar virus dat de hele wereld stillegt, voelt 'onlogisch'. Een wereldwijd complot van een elite voelt voor sommigen 'logischer'.
  • Bevestigingsbias: de neiging om informatie te zoeken en zich te richten op gegevens die bestaande overtuigingen of vooroordelen bevestigen, terwijl tegenstrijdige bewijzen worden genegeerd of afgewezen. Dus, zodra iemand in een samenzweringstheorie gelooft, zullen ze nieuwe informatie waarschijnlijk interpreteren op een manier die dit geloof versterkt.
  • Anekdotisch bewijs: een verhaaltje of een enkel opmerkelijk voorval wordt als bewijs aangevoerd. Vanwege de wet van de kleine aantallen wordt het gezien als een matige onderbouwing.
  • Illusoire waarheidseffect: de neiging om valse informatie te geloven om correct te zijn na herhaalde blootstelling.

Het complotdenken blinkt uit in dit soort denkfouten. Met alle denkfouten bieden complottheorieën ondeugdelijke verklaringen voor complexe en moeilijk te begrijpen fenomenen waarbij verwarrende gebeurtenissen worden gereduceerd tot een eenvoudige oorzaak-gevolgrelatie met duidelijke schuldigen. Achter elk detail lijkt dan een diepere betekenis te schuilen, verbonden met een kwaadaardig masterplan. In de logica van de complottheorie is het verleden feilloos, en bestaat er geen historisch proces of belangenstrijd en zeker geen onbedoelde gevolgen. En als een gebeurtenis niet blijkt te kloppen met het narratief, wordt er met gemak een fantasievolle draai aan gegeven. Complottheorieën pretenderen de schildwachten te zijn van de waarheid, maar ze zaaien verdeeldheid.

De leugen regeert

In het historische Vissentijdperk hebben velen de ratio van Waterman achter zich gelaten en laten zich onderdompelen in de virtuele droom van Vissen. De dromers leven in een parallelle werkelijkheid. Deze verschuiving van het perspectief op het bestaan is goed zichtbaar in de massale steun van Amerikanen voor Donald Trump. Ook een groot aantal Nederlanders heeft geen vertrouwen meer in de instituties. Uit een enquête van Kieskompas in 2020 bleek bijvoorbeeld dat 5,6% van de respondenten het (heel) geloofwaardig vond dat met het coronavaccin een chip wordt geïnjecteerd om mensen permanent te blijven volgen. Uit een onderzoek van Quest uit 2015 bleek dat 19,5 procent van de Nederlandse testdeelnemers dacht dat het Witte Huis achter de aanslagen van 11 september 2001 zat en maar liefst 38,2 procent geloofde dat de farmaceutische industrie allang ernstige ziekten kan genezen maar die kennis achterhoudt om zo meer pillen te kunnen blijven verkopen.

De coronapandemie gooide vuur op het smullende bizarre gedachtegoed. Tijdens de coronapandemie is het complotdenken opgeschoven richting mainstreamdenken, vanwege de onzekerheid en oncontroleerbaarheid van alle gebeurtenissen, de grote macht van overheden en bedrijven en de impact van maatregelen op de maatschappij en het persoonlijk leven. Met Trump heeft het complotdenken een vaste voet gekregen in de politiek.

Religie voor de geatomiseerde massa

Het thema van het historische Vissentijdperk is ‘ik en de wereld’. Daarom zien we in de samenleving tegelijk een atomisering van individuen en de globalisering van gemeenschappen. Sinds de jaren zestig valt de maatschappij uiteen in losse individuen, terwijl diezelfde individuen zich steeds sterker richten op de wereldgemeenschap als geheel. Deze twee uitersten komen samen in de massabeweging. Zo’n beweging ontstaat wanneer verweesde burgers een object van angst krijgen aangereikt en zich rond een gezamenlijk doel tijdelijk verenigen in een massa. De menners van de massa zijn daarbij geen sappige bendeleiders, maar maken juist onderdeel uit van het systeem. Die massa en zijn menners proberen de angst te bezweren door een gezamenlijke vijand te bestrijden, zoals migranten, corona, communisten of Joden. In zekere zin raakt de massa in een staat van hypnose, met een verlaagd bewustzijn.

De complotdenkers pretenderen dit mechanisme van massavorming te doorzien. Zij denken buiten deze massabewegingen te staan door uit het heersende narratief te stappen en niet de mainstreammedia te geloven. Zij geloven dat zij leven in de Waarheid, terwijl andere mensen leven in de illusie van ‘The Matrix’.

Maar de ironie is dat juist de complotdenker vatbaar is voor atomisering, globalisering en massavorming. Want juist de typische complotdenker is als een buitenstaander onthecht en vervreemd van de maatschappij. Populatiestudies van voor de coronacrisis lieten zien dat complotdenkers relatief vaker man, lager opgeleid, vrijgezel en werkloos zijn en tot een etnische minderheid behoren. Ze hebben vaker lichamelijke en psychische klachten, vaker een psychiatrische stoornis, minder zelfvertrouwen en minder verbondenheid met andere mensen. Ze ervaren zichzelf als lager op de sociale ladder vergeleken met anderen. Juist zo’n verweesde onderklasse is vatbaar voor massavorming.

Complottheorieën bieden eenzame individuen een verhaal waarin ze het idee hebben dat ze binnen een selecte groep de waarheid kennen. Om hun onbevredigende positie voor zichzelf op een niet-confronterende wijze goed te praten leggen zij de oorzaak van hun misère buiten zichzelf. Hun miserabele leven is de schuld van een elite die met slechte intenties over hen willen beslissen. Het complotdenken bezweert hun existentiële angst; het transformeert de angst voor het onbekende in een vrees voor een aanwijsbare vijand. Het gezamenlijk speuren naar verborgen verbanden werkt als een ritueel dat de groepsband versterkt en een gevoel van superioriteit geeft: men hoort bij de uitverkorenen die de echte waarheid zien.

Op deze manier kunnen bijvoorbeeld moslimjongeren de aanslagen van hun extremistische broeders goedpraten door te beweren dat de terreurdaden door de Europese veiligheidsdiensten worden uitgevoerd om zo de islam in een kwaad daglicht te brengen. Ze willen niet onder ogen zien dat het kwaad ook in hun eigen cultuur zit en de complottheorie wast hun geweten schoon. Met dit verdedigingsmechanisme kunnen complotsdenkers hun eigen kwaad uitbannen; het is altijd de ander die slecht is.

Complotdenken als seculiere religie

Daarmee krijgen de complottheorieën de functie van een religie voor de massa. Voorheen bood religie wat sociologen een 'heilig baldakijn' noemden: een beschermende laag die betekenis gaf aan lijden, rampen en het dagelijks leven. Met de voortschrijdende secularisering is de wereld ‘onttoverd’. Wetenschap geeft ons weliswaar feiten, maar biedt geen emotionele troost of een moreel kompas. Wanneer institutionele religie verdwijnt, blijft de menselijke behoefte aan zingeving, structuur en groepsvorming bestaan. Complottheorieën functioneren als seculiere vervangers. Ze hanteren nagenoeg dezelfde mechanismen als religieuze dogma’s: er is sprake van een hogere waarheid die voor de massa verborgen blijft en een strijd tussen goed en kwaad die de wereld overzichtelijk maakt. Dat geeft houvast. Bovendien ligt er ook een sterke hoop op verlossing in. Want als alle ellende op de wereld te wijten is aan een klein groepje mensen, hoeven we maar van hen af te komen om een mooiere wereld te krijgen.

Vanwege het religieuze karakter is het niet mogelijk om complotdenkers met logische argumenten te overtuigen van hun ongelijk. Net als bij religieuze mensen is de overtuiging niet vatbaar voor logische bewijzen. Daarom is het ontzettend moeilijk om met een ‘wappie’ in discussie te gaan. Je maakt óf deel uit van de vijand, óf je ‘slaapt, je hebt niet door wat er écht speelt. Alle ongewenste informatie wordt verworpen als nep. En als er dingen gebeuren die niet rijmen met het denkbeeld, wordt dit genegeerd of omgedacht, zodat het toch binnen de overtuiging past. Daardoor kun je geen wederkerig, inhoudelijk gesprek meer voeren, want er is geen gedeelde realiteit meer. Het bijzondere is zelfs dat complotdenkers vaak niet eens het doel hebben om daadwerkelijke complotten te ontmaskeren. En eigenlijk kunnen ze dat ook niet omdat ze zich hebben opgesloten in hun parallelle werkelijkheid.

Toch blijft er een ongemakkelijke vraag over: geloven complotdenkers eigenlijk zelf wel volledig in hun mythes? In Amerika geloofden miljoenen mensen dat Bill Clinton in Washington D.C. een pedofielennetwerk zou runnen vanuit een pizzeria. Een paar jaar geleden werd daar een man met een geweer aangehouden die verhaal wilde komen halen. Dwaas, vinden wij. Maar de Franse neurowetenschapper Hugo Mercier wijst erop dat het misschien nog dwazer is dat al die andere miljoenen mensen, die hetzelfde zeiden te geloven, niet in actie kwamen. Want als je er écht in gelooft, doe je er dan niet iets aan?

Vissen verdraait Goed en Fout

Historische studies kunnen moeilijk vaststellen of complotdenken werkelijk is toegenomen, maar één ding is wel duidelijk: Vissen heeft het complotdenken veranderd. Kenmerkend voor de moderne complottheorieën is dat het vijandsbeeld naar binnen is geslagen.

In het klassieke complotdenken zoekt men de vijand buiten de maatschappij. Vroeger waren wezensvreemde partijen als homo’s, heksen, communisten, Joden of Zionisten het mikpunt van zwartmakerij. Deze vorm van complotdenken zien we nog in de jaren vijftig in het McCarthyisme - een periode van anticommunistische verdachtmakingen in de Verenigde Staten. Men wantrouwde de ander, de vreemde ideologie - het communisme - buiten Amerika.

Sinds het Vissenprincipe vanaf 1964 de tijdgeest domineert, zoekt men de vijand echter steeds vaker in eigen gelederen. Dat begon met de moord op John F. Kennedy in 1963, die door complotdenkers in de schoenen van de CIA werd geschoven: de ‘eigen’ inlichtingendienst. Ook het ongeloof over de maanlanding in 1969 was in wezen een aanval op de eigen prestaties. Vissen moet zich bewust worden van het kwaad in zichzelf en verdraait daarom de binnen- en buitenwereld. Dat verklaart het groeiende wantrouwen jegens de eigen instituties: democratie, politiek, staat, rechterlijke macht, wetenschap en media. Hedendaagse complotten gaan niet langer vooral over een vijand buiten onze grenzen, maar over beschuldigingen aan het adres van de eigen miljardairs, elite en regeringsleiders.

Maar een goed uitwerkt masterplan dat door de elite vlekkeloos wordt uitgerold past eigenlijk beter bij Waterman (maakbaarheid en ideeën) dan bij de chaos van Vissen. De werkelijkheid is veel weerbarstiger; veel meer de chaos van Vissen. De Amerikaanse Church-commissie uit het midden van de jaren zeventig is illustratief: zij trof in de CIA geen groot complot aan, maar een chaotisch geheel van rivaliserende diensten en cellen die elkaar beconcurreerden om middelen en prestige, vaak zonder te weten wat de anderen deden. Wat hen vooral verenigde was quasi complete afwezigheid van elke wettelijke en ethische limiet in hun strijd tegen het ‘goddeloze communisme’.

Een ander verschil met de klassieke complotten is dat de moderne complotten eigenlijk geen complotten zijn in de strikte betekenis van het woord ‘complot’. Want samenzweringen zijn geheim, planmatig, intentioneel en kwaadwillig. Dit lijkt niet het geval met betrekking tot covid of de zogenaamde Great Reset. Met een beetje spitwerk kan je online heel veel informatie vergaren, ook al berichten de mainstream media er weinig over. Van een geheime agenda lijkt dan ook geen sprake, hooguit van het niet expliciet uitspreken van een gezamenlijke richting.

Daar komt nog iets bij. Wie in complottheorieën gelooft, moet eigenlijk concluderen dat de samenzweerders een stel amateurs zijn. Met hun vermeende macht lukt het maar niet om de doelen van hun snode plannen te bereiken. Een ‘gewone’ dictator heeft daar doorgaans weinig problemen mee, en totalitaire leiders als Mao, Hitler en Stalin voerden hun agenda’s rücksichtslos uit.

De coronapandemie is hierin een interessante casus. Van een vooropgezet plan lijkt geen sprake. Wat we wel zagen was dat voor het eerst in de geschiedenis de hele wereld werd gegrepen in een massabeweging. Een object van angst verenigde de burgers en leiders in een massa die de strijd aanging tegen de vermeende vijand: het killervirus. Vervolgens voelden politici onder de druk van de publieke opinie de noodzaak om krachtige maatregelen te nemen. Corona gaf de massa – ondanks de lockdown – een heerlijk gevoel van verbondenheid. Even hadden de mensen het gevoel dat de maatregelen hun angsten onder controle kon brengen. De onderliggende angst is dat de ‘vrijheid en blijheid’ de samenleving kapot maakt en ze zijn blij met de ‘dressuur en censuur’. Ze smachten naar een meester die hen verlost van angsten.

De complotdenkers zagen goed dat zowel de burgers als de elite tijdelijk werden gegrepen door de massahysterie. Maar dat de vermeende elite de draaiboeken had klaarliggen lijkt niet erg aannemelijk. Politici en deskundigen leken eerder verrast en paniekerig te reageren dan dat zij een strak plan uitvoerden. Het beleid zwabberde, eerdere beslissingen werden teruggedraaid en strategieën veranderden voortdurend. Ook de leiders lieten zich meeslepen in de massahysterie.

Collectieve paranoïde

De bewuste Vissen gebruikt de helende kracht van vergeving en verzoening en voelt zich grenzeloos verbonden met het Al. De onbewuste Vissen doolt rond in het labyrint van angsten en voelt zich vervreemd in een vijandige wereld. Het is evident dat het achterdochtige complotdenken is weggezakt in de schaduwkant van Vissen. De droom is een nachtmerrie.

De complottheorieën vertonen overeenkomsten met paranoïde wanen: bij zowel complotdenken als paranoïde wanen gaat het om een onjuiste, hardnekkige en soms bizarre overtuiging dat iemand, een organisatie, een kracht of macht hen kwaad wil doen. Er is de sterke overtuiging waarmee wordt vastgehouden aan de ideeën en het niet openstaan voor tegenargumenten.

Het belangrijkste verschil tussen complotdenkers en mensen met een paranoïde waan is dat de laatsten vrijwel altijd in hun eentje het doelwit zijn van de veronderstelde samenzwering en ze staan grotendeels alleen in hun overtuiging. De complotdenkers staan niet alleen in hun overtuigingen, maar vinden elkaar juist in wantrouwen ten opzichte van machtigen die achter de schermen aan de touwtjes trekken. Waar de waan eenzaam is, wanen de complottheorieën zich in een collectieve paranoïde.

 

Verschillen en overeenkomsten tussen complotdenken en wanen. In de sociologie en de sociale psychologie is een in-groep een sociale groep, waarmee een persoon zich identificeert als lid; oftewel waaraan iemand een sociale identiteit ontleent. De uit-groep is dan de groep met wie iemand zich niet identificeert.

Geschreven: september 2026

Deel deze pagina
disclaimer en privacy Contact website bijgewerkt: 16 september 2026 © 2004-2026