De 12 generatieve tijdperken vertellen het verhaal van het historische Vissentijdperk.
In het generatieve Tweelingentijdperk (1994-2009) veranderde de Nederlandse natiestaat in een multiculturele samenleving. Diverstiteit hoort bij Tweelingen. Nederland en West-Europa veranderden door migratie, open grenzen en globalisering van relatief homogene natiestaten in etnisch en cultureel verdeelde samenlevingen. De samenleving raakte gespleten: kosmopolitische elites ervaren diversiteit als verrijking, terwijl lagere middenklassen en autochtone volkswijken vervreemding, concurrentie en verlies van samenhang ervaren. Integratie blijft uit, bevolkingsgroepen leven naast elkaar en het vertrouwen in overheid, buren en instituties neemt af. Op wereldschaal brengt Tweelingen de botsing tussen globalisering en religieuze beschavingen. Fukuyama’s optimistische ‘einde van de geschiedenis’ wordt tegengesproken door Huntingtons botsende beschavingen.
Het argeloze optimisme optimisme van Tweelingen werd verstierd toen in 2002 het Kreeftprincipe begon.De aanslagen van 11 september treffen het wereldhandelscentrum, het symbool van globalisering. De daaropvolgende War on Terror, de invasie van Irak, de spanning tussen Amerika, Europa en Rusland, de opkomst van complottheorieën en de financiële deregulering van de regering-Bush laten zien dat goed en kwaad niet meer helder tegenover elkaar staan. De kredietcrisis van 2008 beëindigt de neoliberale droom. Tweelingen heeft de wereld verbonden, maar ook gespleten. Het tijdperk eindigt met de vraag waar mensen nog bij horen. Die vraag leidt naar Kreeft.
Na de wake-up call van 11 september 2001 stortte het geloof in de nieuwe wereldorde in elkaar. De expansiedrift van de westerse cultuur bracht naast vrijheid en democratie ook de Mcdonaldisering en Disneyficatie. In de niet-westerse wereld riep dit verzet op. Russen, Indiërs, Arabieren, Perzen, Chinezen zagen hun normen en waarden bedreigd door het hedonisme en materialisme. Fanatieke moslims vreesden dat hun godvruchtigheid en traditie worden bedreigd door een westerse importgolf van seks, drugs en rock-‘n-roll. Als reactie op de nieuwe wereldorde leefde in de niet-westerse wereld het nationalisme op, vaak onder een autocratische leider: Rusland met Vladimir Poetin, Turkije met Recep Erdoğan, Hongarije met Victor Orban, India met Narendra Modi, Filipijnen met Rodrigo Duterte, Brazilië met Jair Bolsonaro en China met Xi Jinping. In de Verenigde Staten keerde Donald Trump zich naar binnen met zijn America First-politiek.
De drager van deze gevoelige tijdgeest was de millennialgeneratie: de jongeren die volwassen werden na 11 september, met terrorismeangst, sociale media, klimaatpaniek, burn-outs, studieschulden, identiteitsvragen, inclusiviteit en een overheid die steeds meer veiligheid beloofde. Zij erfden de open wereld van Tweelingen, maar wilden daarin weer een veilige plek, een morele taal en een familiegevoel vinden. Kreeft hekelde het open netwerk, en sloot de gemeenschap af als een huis dat beschermd moest worden.
Met Kreeft in de tijdgeest kwam het nationalisme terug. In het vorige Kreefttijdperk (1830-1845) bood het nationalisme in Europa de saamhorigheid nadat het economisch liberalisme de vrije hand had gekregen. In het recente Kreefttijdperk gebruikten de niet-Europese volkeren het nationalisme om zich af te zetten tegen de overheersende westerse cultuur, en om de eigen identiteit eraan te kunnen ontlenen.
De West-Europese volkeren hoefden zich natuurlijk niet af te zetten tegen hun westerse cultuur, maar dat ook in West-Europa het nationalisme terugkeerde (met als eerste Italië met Silvio Berlusconi) was een gevolg van de culturele verdeeldheid. Het probleem zit vooral in de tweedegeneratie moslimjongeren die in de knoop zitten met hun identiteit (Kreeft). De islam is niet te verenigen met de westerse beschaving. Moslims kunnen moeilijk hun moslim-zijn combineren met de (christelijke) westerse cultuur. Om de islamitische beschaving te redden grepen de Arabieren en Perzen al in het Stiertijdperk terug naar hun religieuze tradities. In Europa raakten veel tweedegeneratie moslimjongeren gespleten tussen een moslimidentiteit en een westerse identiteit. Kreeft kan niet zoals Tweelingen omgaan met dubbelzinnigheden en daarom voelden velen zich aangetrokken tot het salafisme of wahabisme (een fundamentalistische soennitische stroming binnen de islam), met als gevolg dat zij zich vijandig afkeerden van de westerse samenleving. Om zich af te zetten tegen de in hun ogen verderfelijke westerse beschaving pleegden moslimterroristen aanslagen op de symbolen van de westerse levensstijl. Dit veroorzaakte een antimoslimsentiment bij de autochtone Europese bevolking en een herleving van het Europees nationalisme.
Kreeft wil de identiteit vaststellen. Wie ben je? Waar hoor je bij? Wat betekenen vrijheid en grenzeloosheid als niemand nog weet wat thuis is? Welke waarden zijn belangrijk en wat zijn de normen? In de nieuwe wereldorde waarin de westerse cultuur overheerste was het moeilijk voor Europa om daarin zijn positie te bepalen. Maar na 11 september 2001 was er ineens een boze macht waartegen het Westen zijn identiteit kon bepalen. Het was weer ‘wij’ tegen ‘zij’. De verlichte krachten van de vrijheid en de democratie, tegen ‘zij’, de duistere stem van het religieuze fundamentalisme. Hier spreekt het tekenprincipe van Kreeft helder: het losse verkeer van Tweelingen wordt omgevormd tot een binnen en buiten, tot gezin en vreemdeling, tot geborgenheid en dreiging. We zien hetzelfde in het historische Kreefttijdperk (528-707) toen door de opmars van de Arabieren tot in Zuid-Frankrijk, Europa zijn christelijke identiteit vaststelde en een grote kerstening plaatshad. Kreeft bezielt de familie. Door het ‘wij’ tegen ‘zij’ kreeg het project van de Europese Unie een ziel.
Gedurende het Kreefttijdperk worstelden de politieke middenpartijen met het integratieprobleem. Moslims wilden maar niet de westerse cultuur omarmen. Tevergeefs werd in Irak en Afghanistan hardhandig geprobeerd om met winnen van de ‘hearts en minds’ de westerse waarden van vrijheid en democratie op te leggen. De politici zaten in een spagaat tussen hun geloof in de superieure westerse cultuur, en het cultuurrelativisme dat stelt dat culturen gelijkwaardig en relatief zijn. Volgens het cultuurrelativisme is de islam gelijkwaardig aan het christendom (‘de islam is vrede’) en bijgevolg werd kritiek op de islam bestempeld als islam bashing (christendom-bashing bestaat niet). In hun afkeer tegen intolerantie waren de politieke middenpartijen grotendeels blind voor een groeiende onvrede in de samenleving. Veel mensen voelden zich vervreemd in de multiculturele steden en veel dorpelingen waren bang dat ook hun dorp dezelfde problemen te wachten staat. Pim Fortuyn sprak in dit verband over een ‘ontheemde natie’. Toen deze politieke dandy de vinger op de zere plek legde was de schok bij de oude politiek groot.
Al vanaf de jaren zestig verschenen de eerste barsten in het vertrouwen in de ‘oude’ politiek. Nieuwe linkse protestpartijen zoals de psp en D66 wilden van bovenaf de kloof tussen burger en elite verkleinen met meer transparantie en directe democratie, terwijl de rechtse protestpartijen zoals de Boerenpartij en Centrumpartij voortkwamen uit een volkssentiment van onderaf. In de jaren negentig maakte de elitaire vvd-coryfee Frits Bolkestein een synthese tussen volk en elite: hij verwoordde de onvrede over immigratie in deftige Haagse taal. Zijn ‘tovenaarsleerling’ Geert Wilders zette zijn kruistocht voort tegen ‘de linkse kerk’ en ‘de Amsterdamse grachtengordel’. Vervolgens kregen de ‘rechtse’ protestpartijen de wind in de zeilen omdat er een sterke behoefte ontstond om het verdeelde volk weer samen te brengen tot een natie. Onder invloed van Kreeft in de tijdgeest onderschrijft ook de oude politiek dat er grenzen (Kreeft) moeten worden gesteld aan de toestroom van immigranten en dat nieuwkomers verplicht moeten integreren.
Moeder Kreeft wil het volk kneden tot één nationale familie. Net als in het voorgaande Kreefttijdperk (1830-1845) willen de nationalisten de uiteengevallen maatschappij weer onder een gemene deler krijgen met een bezielende volksidentiteit. De postmoderne nationalisten streven naar de restauratie van de homogene natiestaat. Vooral de wezensvreemde islam willen zij onderdrukken of uitbannen (Geert Wilders wil de islam als ideologie verbieden). Vroeger bood de natiestaat een identiteit (Kreeft) in de verdeelde industriële samenleving. Vissen wil echter elke identiteit oplossen. De terugkeer naar de natiestaten zal dan ook niet gebeuren omdat Vissen de grenzen verder zal vervagen. In de multiculturele samenleving zal de massabeweging (en niet de natiestaat) de gewenste identiteit bieden.
En zo ontstonden er in het generatieve Kreefttijdperk twee richtingen: de kosmopolieten (ook links-progressieven) blijven trouw aan de principes van Waterman (liberale democratie) met de bijbehorende waarden van godsdienstvrijheid, tolerantie en diversiteit. Zij sluiten de ogen voor de negatieve gevolgen van het multiculturisme. Zij wijzen erop dat immigranten nodig zijn als oplossing voor de vergrijzing. PvdA-coryfee Frans Timmermans bezwoer zijn geloof in het multiculturisme met ‘Europe will be diverse, or war!’ Tegenover de kosmopolieten staan de nationalisten (ook rechts-populisten) die lippendienst bewijzen aan de liberale democratie maar dromen van een fascistische band tussen het volk en de elite in een massabeweging. De kosmopolieten zien de nieuwe nationalisten als het Kwaad en ze proberen hen (tegen hun eigen principes in) uit te sluiten. Maar in een wereld waarin Amerika, Rusland en China niet meer geloven in de nieuwe wereldorde en kiezen voor pure machtspolitiek, worden de Europese kosmopolieten ook gedwongen tot een egocentrische machtspolitiek. In het Leeuwtijdperk zal de macht in Europa zich gaan centraliseren.
Tekenend voor de kosmopolieten was hun slappe houding tijdens de burgeroorlog in Joegoslavië. In een simpel goed-foutschema – nationalistische Serviërs waren ‘fout’ en Bosnische moslims waren ‘goed’ – zouden de kosmopolieten de Bosniërs met blauwhelmen beschermen tegen de Servische agressie. Deze morele houding en een onderschatting van het geweld, leidde in Nederland tot het nationale trauma rond de val van Srebrenica, waar het tweede paarse kabinet Kok net voor de finish over zou struikelen.
De emotie waar het rechts-populisme op drijft is angst. De onbekommerdheid van de jaren negentig veranderde na 11 september 2001 in een gevoel van onveiligheid. Angst werd het bindmiddel dat de individuen weer bij elkaar bracht. Angst voor terrorisme, angst voor oorlog, angst voor epidemieën, angst voor klimaatverandering, angst voor ontwrichting. Kreeft verbindt individuen met de emoties. Als mensen dezelfde ellende meemaken krijgen ze een emotionele band met elkaar. Samen afzien, pijn lijden, samen emoties doorleven versterkt de familieband. Liefde is een positief bindmiddel. Verdriet, rouw, boosheid, en angst zijn negatieve bindmiddelen. Met angst als emotie verwerd de rebelse ‘punk’ tot de gevoelige ‘emo’.
Nadat het Kreeftprincipe in 2002 begon zien we een ritualisering van rouw. Het fenomeen stille tocht werd een seculiere processie om collectief uiting te geven aan angsten. De afscheidsceremonies van Pim Fortuyn en André Hazes voldeden in de behoefte van het samen beleven van emoties. En heel Nederland dompelde zich in verdriet toen op 23 juli 2014 de eerste veertig kisten met de slachtoffers van de MH17-vliegramp werden onthaald. Het was voor het eerst sinds het overlijden van koningin Wilhelmina in 1962 dat Nederland een ‘dag van nationale rouw’ kende.
Angst is van alle tijden, maar het verschil met vroeger is dat we tegenwoordig de illusie hebben dat de mens controle heeft over het leven. Wanneer iemand op jonge leeftijd sterft aan een ziekte vinden veel mensen dat ‘oneerlijk’. Want het leven is maakbaar. Geluk is in dit deel van de wereld tot een soort grondrecht verheven. Ons vermogen om met tegenslagen om te gaan is daardoor ondermijnd. En de angst voor die tegenslagen is navenant gegroeid. De angstige burgers verwachten dat de staat hun veiligheid garandeert en vervolgens voelen de leiders aan waar de mensen naar smachten en gaan ze als een echte Kreeft hun ‘kinderen’ bemoederen.
En zo zien we de terugkeer van de staat als een grote veiligheidsmachine. Veiligheidsdiensten houden met cameratoezicht en moderne digitale technologieën de burgers in de gaten op straat en op de digitale snelweg. De roep om een sterke overheid die zich in het privéleven mengt, begon met de strijd tegen het terrorisme, waarin de politie en inlichtingendiensten steeds meer bevoegdheden kregen. Elk incident van geweld, onveiligheid of vandalisme versterkt de roep om een overheid die de controle pakt. Door technologische ontwikkelingen, zoals digitale paspoorten en digitaal geld, worden steeds meer vormen van controle en ingrijpen mogelijk. Burgers accepteren dat de surveillance-maatschappij ten koste gaat van hun privacy en vrijheid.
We merken nu het omgekeerde wat Freud heeft beschreven in zijn essay Het onbehagen in de cultuur. De psychoanalist schreef hoe onze drift wordt beteugeld door de cultuur en welk onbehagen dat met zich meebrengt. In Kreeft zien we het tegenovergestelde: nadat het driftleven vrij kwam, en alles geoorloofd was, kwam het onbehagen voort uit gebrek aan beteugeling. En dus wil de burger dat de staat onze driften aan banden legt. De controlestaat biedt veiligheid (Kreeft).
De surveillance-maatschappij is een gevolg van de multitculturele samenleving waarin veel mensen voelen dat ze er alleen voor staan. Mensen voelen geen steun meer uit de samenleving. Ze voelen een onbestemde angst. Onder deze omstandigheden ontstaat de gevaarlijke situatie dat de angsten van de individuen zich kunnen binden aan een object dat via een verhaal in de media wordt aangereikt. Het coronavirus was zo’n verhaal. Alle eenzame burgers verenigden zich tot een massa waarin er snel een breed draagvlak ontstaat om allemaal samen dezelfde strategie te volgen om het object van angst aan te pakken. Onder een verlaagde toerekeningsvatbaarheid ontstaat er een collectieve, heroïsche strijd, met een sterk gevoelde groepsband. Even voelen de individuen zich verenigd in een massa die zich richt op het object van angst. De massa wil totale controle en is intolerant tegenover iedereen die een andere mening heeft. Maar meer controledwang leidt tot angst, en angst leidt tot controle, en dat leidt tot totalitarisme. De totalitaire staat van de toekomst, schreef Arendt in 1951, wordt niet geleid door ‘sappige bendeleiders’ zoals Hitler en Stalin, maar door droge bureaucraten en technocraten.
Met Vissen in de tijdgeest is er weer een paradox. Want burgers voelen zich onveilig, terwijl de samenleving nog nooit zo veilig is geweest. De kans om slachtoffer te worden van terrorisme is verwaarloosbaar klein, en vergeleken met de jaren tachtig is volgens de cijfers het aantal slachtoffers in het verkeer en van de criminaliteit gedaald. Toch wordt elk geweldsincident ervaren als een symptoom van een maatschappij in verval.
Ook in de gezondheid zien we deze paradox. Feit is dat de levensverwachting nog nooit zo hoog is geweest, en toch worden we gebombardeerd met berichten dat onze gezondheid wordt bedreigd door allerlei giftige stoffen in ons voedsel en drinkwater. Deze doorgeslagen obsessie met gezondheid is mede een gevolg van het simpele feit dat we nu extreem beter kunnen meten dan vroeger. Waar men rond 1970 ‘slechts’ één part per miljoen (ppm) kon meten, is dat via één part per miljard nu opgelopen tot één part per duizend biljoen, oftewel een percentage voorafgegaan door vijftien nullen achter de komma. Schadelijke stoffen in zulke extreem kleine hoeveelheden vormen die geen enkel reëel gevaar voor de gezondheid, maar toch neemt men het zekere voor het onzekere en worden de normen verlaagd waardoor irreële risico’s als problematischer ervaren. Nederland kwam in een pfas-crisis omdat de norm gelijk werd gesteld aan de kleinst meetbare concentratie. Niemand durft met een beetje gezond verstand een afweging te maken tussen de kosten van de maatregelen en baten in termen van toegenomen veiligheid of gezondheid.
De obsessie met veiligheid en gezondheid kwam tot een wereldwijde massapsychose tijdens de verschillende pandemieën. Het begon in 2009 met de Mexicaanse griep. Virologen sloegen de alarmbellen en vreesden voor een nieuwe Spaanse griep. Toen de Wereldgezondheidsorganisatie het gevaar als de eerste grieppandemie van de eenentwintigste eeuw uitriep gingen landen op grote schaal vaccins en virusremmers inkopen. Maar net zoals de andere profetieën in het Vissentijdperk was het een vals alarm. Wereldwijd eiste de Mexicaanse griep minder dan
17 500 levens, een fractie van het aantal slachtoffers dat diverse invloedrijke deskundigen vooraf voor mogelijk hielden en ook een fractie van het aantal mensen dat jaarlijks overlijdt aan de gewone griep. Uiteindelijk overlijden 63 Nederlanders aan de Mexicaanse griep. Acht daarvan hadden geen andere ziekte. De enige partij die er beter van werd was de farmaceutische industrie en de virologen die daar financiële belangen bij hebben.
Complotdenkers denken dat de Mexicaanse griep een geregisseerde oefening was van de elite om de bevolking in haar macht te krijgen. Volgens de complotdenkers zou de elite de angst gebruiken om de bevolking te kunnen controleren, maar het totalitaire denken komt niet primair van bovenaf, zoals de macht van een dictator, maar van onderaf, vanuit een massa die in de greep is van een bepaald verhaal. Dat wordt aangeboden door leiders en instituten, maar als we de leiders zouden wegsturen zouden er nieuwe komen. In de woorden van Arendt is dit het ‘duivelse pact tussen de massa en haar menners’.
In een samenleving die murw gebukt is met angstverhalen – schuldencrisis, immigratiecrisis, opvangcrisis, woningcrisis, klimaatcrisis – werd in 2020 het coronavirus het object van angst waar de massa op aansloeg. De paniek sloeg toe, met disproportionele vrijheidsinperkingen tot gevolg. Het was de eerste keer dat de hele wereld in hetzelfde verhaal werd gezogen. In een mum van tijd ontstond er een wereldwijd maatschappelijk draagvlak om een groot deel van de wereldbevolking onder feitelijk huisarrest te plaatsen. Net als de angst voor het terrorisme of de angst voor klimaatopwarming, was de angst voor corona tot gigantische proporties opgeblazen. Ook hier weer de paradox van Vissen: feitelijk niet heel gevaarlijk, maar in de fantasie een killervirus. Een paar cijfers: Wereldwijd stierven er ongeveer twintig miljoen mensen met corona, wat neerkomt op een mortaliteit van ongeveer 0,2 procent. Ter vergelijking: tijdens de Spaanse griep in de jaren 1918-1920 stierf in de West-Europese landen naar schatting 1,1 procent van de totale populatie. En waar de Spaanse griep de opmerkelijke eigenschap had om jonge volwassenen te treffen, was corona zoals een gangbare griepepidemie, waarbij met name kinderen en bejaarden de ziekte krijgen en laatstgenoemden de grootste risico’s lopen. Vandaar dat ook vooral de westerse landen met relatief veel oude mensen, het meest getroffen werd door corona. Maar zelfs in het vergrijsde Nederland was corona te vergelijken met een zware griepgolf. In Nederland bedroeg in het griepseizoen 2017-2018 de oversterfte 9400 mensen, en in het coronapiekjaar 2021 was de oversterfte ongeveer 19 000 mensen (in totaal stierven er in 2021 170 000 mensen). Geen dramatische cijfers, temeer omdat de leeftijd van de coronaslachtoffers rond de gemiddelde leeftijdsverwachting zat en 95 procent van de geregistreerde coronadoden één of meer andere aandoeningen had. Voor mensen met een al zwakke gezondheid was corona de laatste spreekwoordelijke druppel. In Nederland was er klinisch gezien geen crisis, Het calamiteitenhospitaal in Utrecht – een volledig operationeel ziekenhuis dat bij grote ongelukken of calamiteiten voor slachtoffers wordt opengesteld – werd tijdens de coronacrisis nauwelijks gebruikt. En omdat er geen crisis was, werd de ic-capaciteit na corona niet uitgebreid.
Alle maatregelen (lockdowns, mondkapjes, vaccinaties) tegen de strijd tegen het killervirus hadden de facto nauwelijks invloed op het aantal doden. Er zijn geen significantie verschillen te zien in coronaslachtoffers tussen landen met milde maatregelen zoals Zweden en sommige Amerikaanse staten, en landen met strenge maatregelen zoals China.
De coronapandemie zal in de geschiedenisboeken komen als een schoolvoorbeeld van massahysterie. Het begint met de Chinese leiders die haar burgers hardhandig onder controle wilden brengen. De overreactie van de Chinese methode alarmeert de virologen die in verlegenheid worden gebracht omdat zij de antwoorden op de vragen niet weten, maar stiekem genieten zij van hun finest hour (denk aan het beruchte ‘whiskey-moment’ van viroloog Ab Osterhaus, waarin opzichtig de eerste Nederlandse besmetting met de Mexicaanse griep werd gevierd). Vervolgens voelen politici onder de druk van de publieke opinie de noodzaak om krachtige maatregelen te nemen. Om draagvlak voor de maatregelen te krijgen verzoekt de Duitse regering de wetenschappers om de gevaren van het coronavirus extra aan te zetten. De bevolking moest het beeld worden ingeprent dat ‘ernstig zieke mensen door familieleden naar het ziekenhuis worden gebracht, waar geen plaats meer voor hen is, zodat zij happend naar adem een pijnlijke dood sterven’. In Nederland wordt de staatsomroep ingezet om de bevolking voor te bereiden. Zij arrangeren een toneelstukje om de ernst te benadrukken. Tijdens de eerste tv-uitzending over corona krijgt minister voor Medische Zorg Bruno Bruins een briefje in zijn handen gedrukt, waarop staat dat in Nederland de eerste patiënt met het coronavirus in het Elizabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg is opgenomen. Inmiddels is ook de media gealarmeerd en wakkeren zij in hun zucht naar sensatie de angst alleen maar aan. Op dit moment is de dam doorgebroken. Het lijkt nu wel of de massa wil dat we een Spaanse griep over ons heen krijgen. De angst regeert. Iedereen doet braaf mee aan het ritueel van het mondkapje. Sommige mensen dragen zelfs mondkapjes als ze in hun eentje in de auto zitten. De keuze van de lockdownstrategie wordt vooral genomen op basis van de modellen van het Imperial College in Londen. Die modellen voorspellen dat er binnen een jaar veertig miljoen doden zouden vallen als er geen verregaande maatregelen zouden worden getroffen, maar vele onderzoekers met naam en faam protesteren met klem. Als vervolgens een jaar later blijkt dat het aantal doden slechts een fractie is van de voorspelling (In Zweden zouden binnen een jaar 80 000 mensen sterven als het land niet in lockdown ging, maar er stierven in werkelijkheid 6000 mensen en daar zaten nog ‘enthousiaste’ telmethoden bij), worden de maatregelen niet teruggeschroefd, maar wordt er een overbodig vaccinatieprogramma uitgerold. Inmiddels ruikt de machtige farmaceutische industrie gouden kansen. Als ook de vaccinaties niet leiden tot de verlossende groepsimmuniteit verandert het verhaal: er zijn allerlei varianten van het virus. En dan worden in de eindstrijd de doelstellingen steeds bijgesteld; eerst flatten the curve, om de capaciteit van de zorg niet te overschrijden, maar later wordt dat stilzwijgend veranderd in crush the curve, en uiteindelijk zelfs een prevent the curve.
Corona gaf de massa – ondanks de lockdown – een heerlijk gevoel van verbondenheid. Even hadden de mensen het gevoel dat de maatregelen hun angsten onder controle kon brengen. Ze voelen aan dat de ‘vrijheid blijheid’ de samenleving kapot maakt en ze zijn blij met de ‘dressuur en censuur’ van Kreeft. Veel mensen zijn de vrijheid moe. Ze smachten naar een meester die hen verlost van angsten.
In 2022 was corona ineens opgelost, hoewel de oversterfte na het einde van de pandemie onverminderd hoog bleef. Wat we hier duidelijk zien is dat het object van angst verschoof toen Rusland in de winter van 2022 Oekraïne binnenviel. Angst voor corona werd ingewisseld voor angst voor Rusland.
Nadat Tweelingen de wereld opende ziet Kreeft overal bedreigingen en daarom wil Kreeft een veilig nestje maken. Kreeft creëert een familie met eigen normen en waarden. Omdat Tweelingen losgezongen raakt in het multiculturisme, en Kreeft juist een houvast zoekt, gaat Kreeft op zoek naar de wortels. We zien dan ook in het generatieve Kreefttijdperk een golf van nostalgie. Filmmakers waren bevangen door het terug naar vroeger-virus. Wat terugkeerde: Ja Zuster Nee Zuster, Kruimeltje, De schippers van de Kameleon, Floris, Pipo en de P-P-Parelridder, Pluk van de Petteflat enz. Op televisie was een tijdje het simpele format populair waarin te jonge semi-bekende Nederlanders herinneringen ophaalden aan oude televisiebeelden. Modeontwerpers borduurden eindeloos voort op de vertrouwde, recente kledingstijlen. In de architectuur werd de jarendertigstijl bij (nieuwbouw)woningen geliefd, en klassieke straten met ‘huizen die op huizen lijken’. In de reclame kwam de nadruk op ambachtelijk en authenticiteit, en er was een herwaardering voor streekproducten en streekgerechten. De historische roman en oral history-boeken als die van Geert Mak werden populairder dan ooit. Men kreeg meer oog voor de monumentale waarde van het industrieel erfgoed. Een oude gasfabriek als cultuurtempel, een markante bakstenen schoorsteen als baken, een oude motorfiets als interieurstuk, een woning ingericht als werkplaats. De grote verrassing was de terugkeer van het vinyl als geluidsdrager. Net als de biedermeier-periode (1815-1848) een reactie was op de pompeuze empirestijl, zo kwam na 2000 de reactie op de technische, zakelijke interieurs uit de jaren 1980-2000. Kreeft bracht weer sfeer in onze huizen met zachte natuurlijke materialen. De praktische cv werd aangevuld met een gezellige houtkachel.
De heimwee naar de goede oude tijd werd het sterkst gevoeld in Oost-Duitsland omdat daar het contrast met het verleden het grootst was. Veel ‘Ossies’ voelden zich vervreemd en werden bevangen door Ostalgie. Na de bevrijding van het onderdrukkende ddr-regime koesterde men de positieve kanten van het Duitse communisme. Er was bestaanszekerheid, gemeenschapszin en geen werkeloosheid.
Men noemt nostalgie een bedriegend sentiment omdat we ons graag alleen het goede van het verleden willen herinneren. Maar nostalgie is onschuldig als de ellende, pijn of gevoeligheden van het verleden voltooid zijn. De familiefilm Pietje Bell kwam dan ook moeiteloos door de ballotage van Kreeft omdat de Nederlandse jeugd is gepacificeerd, maar het zou volstrekt onacceptabel zijn als Pietje Bell wordt vervangen door een Marokkaan. Als het verleden vrij is van pijnlijke herinneringen kunnen we er neutraal naar kijken. Iedereen waardeert nu oude stadsmuren (oorlog!) en na de de-industrialisatie komt er waardering voor het industrieel erfgoed. En zo langzamerhand vinden we het jammer dat de Berlijnse muur volledig is gesloopt. Nostalgie is ook de waardering van zaken die vroeger beter waren. We zien nu de positieve kanten van bijvoorbeeld die ‘goede jaren vijftig’ toen de touwtjes nog uit de brievenbus hingen en toen geluk nog heel gewoon was.
Kreeft kijkt dus terug om de eigen identiteit te bepalen en bakent de normen en waarden af van de familie. En op het aspect van vrijheid, blijheid kon het wel een onsje minder, vooral op het gebied van de seksuele vrijheid.
Ram begon met de seksuele bevrijding, en nadat Stier de tegenslag van aids had overwonnen, ging Tweelingen helemaal los met de seksualisering van maatschappij. Meisjes tooiden zich in uitdagende naveltruitjes en korte rokjes, en voor veel jongens werd de trend uit de Amerikaanse hiphopcultuur van sagging populair waarbij de broek zo laag wordt gedragen dat de onderbroek zichtbaar wordt. Erbij lopen als een hitsige pornoster werd hip. Tom Jones zong in 1999 Your a Sex Bomd. Mannen raakten bezeten van hun spiermassa en vrouwen met hun vetmassa. Men begon zich zorgen te maken over de veelheid aan seksueel getinte, vaak genderstereotype, uitingen en beelden in de samenleving, met name in de media, en het mogelijke verband met (seksueel) gedrag en het welzijn van jongeren. Dit probleem zou zich snel oplossen dankzij de preutse Kreeft.
Tweelingen maakte van de geslachten stereotypen: hoeren en pooiers. Veel jonge meiden gingen zich identificeren met gephotoshopte seksueel aantrekkelijke modellen die ze in de glossy’s voorgeschoteld kregen, en veel jongens namen een voorbeeld aan de gangstarapvideoclips waarin een machoman met veel ‘blingbling’ (juwelen) omringd wordt door ‘kroelende vrouwtjes’. In de respectloze straatcultuur verheerlijken de pimps (pooiers) en ho’s (hoeren) een criminele en gewelddadige levensstijl.
In dit klimaat werden kwetsbare tienermeisjes een makkelijk slachtoffer voor loverboys. Een schokkende onthulling was die van de zogenaamde ‘grooming gangs’ in Engeland. In 2012 kwam aan het licht dat voornamelijk mannen van Pakistaanse afkomst, jarenlang een terreur van seksueel misbruik uitvoerde op honderdduizenden jonge, weerloze Britse meisjes. Dit alles gebeurde onder de neus van de autoriteiten, die besloten weg te kijken, verlamd door de angst voor de beschuldiging van racisme. Dit wegkijken gaf mannen ‘met kleur’ overal in Europa een vrijbrief om vrouwen ongestoord lastig te vallen. Op oudejaarsavond 2015 vonden in veel Europese steden massale aanrandingen plaats van jonge mannen van Noord-Afrikaanse origine. In heel Duitsland waren er 1200 slachtoffers en buiten Duitsland ging het om steden in Finland, Zweden, Oostenrijk en Zwitserland. In veel gevallen werden de slachtoffers niet alleen betast en aangerand, maar ook beroofd en mishandeld. Opvallend was dat de media en politie er aanvankelijk geen aandacht aan besteedden.
De openheid over seks had ook zijn positieve kanten. Praten over seks kwam uit de taboesfeer. Vanaf begin jaren negentig kwamen vele geheimen van kindermisbruik in de publiciteit. Niet alleen in de Katholieke Kerk, maar ook in de sportwereld, de jeugd- en pleegzorg, de gehandicaptenzorg, bij de Jehova’s Getuigen en boeddhisten werden doofpotzaken onthult. Een schokkende zaak was die van Marc Dutroux, en opzienbarend was het mediaspektakel rondom president Bill Clinton die zijn seksuele avances met Monica Lewinsky in alle smakeloze details moest opbiechten.
De preutse Kreeft zou paal en perk stellen aan de respectloze zedenloosheid. Vanaf het moment dat Kreeftprincipe in 2002 begon, ging Kreeft de samenleving dresseren en censureren. Een breed debat over fatsoen begon toen tijdens de rustshow van de Super Bowl in 2004 de tepel van Janet Jackson door Justin Timberlake werd ontbloot. ‘Nipplegate’ was het begin van de terugkeer van de kuisheid.
Kreeft is het laatste teken van de opbouwfase. Zij legt het nieuwe waarmee Ram is begonnen vast in de normen en waarden. De Nederlandse minister-president Jan-Peter Balkenende pleitte voor het herstel van de normen en waarden met zijn motto ‘fatsoen moet je doen’. Er kwam een maatschappelijke discussie los over de vraag of het recht op de vrijheid van meningsuiting je het recht geeft om iemand te beledigen. Met de invoering van gedragscodes probeerden bedrijven, scholen en verenigingen een veilige, respectvolle en inclusieve omgeving te creëren. Kreeft stelt met het vaststellen van gedragsregels de norm. Waar Tweelingen alles liet circuleren, wil Kreeft weten wat wel en niet bij de familie hoort. De moraal werd daarom niet meer een abstract ideaal, maar een huisregel.
Kreeft dresseerde de nieuwe generatie tot fatsoenlijke burgers. De millennials werden zo de eigenlijke dragers van de Kreefttijdgeest. Zij schikken zich braaf in de maatschappelijke orde, tonen respect voor kerken en religies, en zijn hyper politiekcorrect. Wat seksualiteit betreft zijn ze kuiser dan hun (groot)ouders. Topless zonnebaden of naakt douchen na sporten is er niet meer bij. Toch is de generatie van Kreeft wel degelijk een kind van de jaren zestig. Met het motto ‘leven en laten leven’ vinden ze acceptie van homo’s en gelijke rechten voor vrouwen vanzelfsprekend. En net als de hippies zijn ze heel erg gericht op zelfontplooiing, maar een verschil is dat de hippie zich richtte op geestelijke groei terwijl de millennial heel prestatiegericht werkt aan zijn carrière.
Voor de millennials is het thema van het Vissenprincipe (‘ik en de wereld’) volledig doorgedrongen in hun wereldbeeld. Ze voelen weinig binding met natie, staat, volk en ze hebben ook weinig behoefte om lid te worden van een omroep, kerk, vakbond of vereniging. Ze zijn sterk ik-gericht. Hun ouders kregen geen kinderen, maar namen kinderen. De millennials voelen zich daarom als prinsenkinderen (ook wel: snowflakes) heel bijzonder. Ze vinden dat ze bijzondere rechten hebben en zijn overdreven emotioneel (Kreeft), snel beledigd en kunnen moeilijk met tegengestelde meningen omgaan. Ze groeiden op in het generatieve Tweelingentijdperk: een soort tijdsbubbel van collectieve bedwelming, waarin mensen zich uit euforie over de overwinning van het Westen overgaven aan hedonisme en materialisme. In de global village kregen de millennials ongekende mogelijkheden om hun leven in te richten zoals zij wensten. Vanuit hun gevoel van uniekheid hebben ze grote ambities: een eigen bedrijf, werken in het buitenland, de wereld over reizen. Ze worden ook wel de grenzeloze generatie genoemd omdat ze als superindividualisten de hele virtuele en fysieke wereld beschouwen als hun leef- en werkgebied. Maar juist daardoor verlangen zij naar bescherming, erkenning en een veilige ruimte. Kreeft maakt van het vrije individu een kwetsbaar kind dat gezien, gehoord en beschermd wil worden.
Bij het begin van het Kreefttijdperk leek de vredige global village binnen handbereik. Na de puinhopen van Bush kozen de Amerikanen in 2008 voor de charismatische Barack Obama. Hij leek de verzoening te brengen tussen de ‘red states and blue states’ en tussen blank en zwart. Prompt ontving de eerste zwarte president van de Verenigde Staten in 2009 de Nobelprijs voor de Vrede. In een klimaat van Hope en Change kwam overal in de wereld het volk in opstand tegen onderdrukking. In 2010 brak er tijdens de Arabische Lente een golf van opstanden, protesten en revoluties uit in de Arabische wereld met een burgeroorlog in Syrië en Libië tot gevolg. De Arabische Lente inspireerde de Spaanse 15 mei-beweging en de Occupy-protesten. In het gesloten Birma kwam er in 2011 na vijftig jaar een einde aan het militaire bestuur, en in Oekraïne werd in 2013-2014 tijdens de Majdanrevolutie de pro-Russische president Viktor Janoekovytsj omvergeworpen. In de Verenigde Staten begon in 2013 de Black Lives Matter-beweging met hun protest tegen alle vormen van geweld en onderdrukking tegen zwarte mensen. En net als in de jaren zestig sloten de blanken zich aan bij het protest van de Afro-Amerikanen, waarna blank en zwart elkaar vonden in het wokisme.
Wokisme is een beweging die een uniforme wereldcultuur voorstaat waarin elk individu met respect wordt behandeld. Om dit ideaal te bereiken is het belangrijk dat iedereen zich bewust wordt van de mechanismes van onderdrukking. Deze mechanismes worden voor het eerst beschreven met de kritische rassentheorie. Volgens deze theorie is de hardnekkigheid van racisme een gevolg van de inbedding ervan in de dominante blanke cultuur. Het grootste probleem zit niet zozeer in de racisten, maar in de onderdrukkende structuren. Discriminatie zit in het systeem, in de instituties. Dit kan in wetgeving zitten, in de taal, in symbolen, of in een onuitgesproken superioriteitsgevoel. In het wokisme is de kritische rassentheorie verbreed naar alle vormen van discriminatie: naast ras ook de discriminatie van etniciteit, geslacht, seksuele voorkeur, lichamelijke of geestelijke beperking, lichaamsgewicht enz. Met deze uitbreiding groeide wokisme uit tot een beweging die strijdt voor sociale rechtvaardigheid.
Volgens wokisme blijft de ongelijkheid in stand omdat alle blanke mensen profiteren van racisme, en omdat alle mannen profiteren van seksisme en omdat alle mensen zonder beperkingen profiteren van validisme. De profiteurs zullen niet geneigd zijn om hun privileges aan te vechten. En daarom is het volgens wokisme niet genoeg als je niet racistisch, niet seksistisch en niet validistisch bent. Als je vindt dat de machtsverhoudingen rechtgetrokken moeten worden, dan zul je anti-racistisch, anti-seksistisch en anti-validistisch moeten zijn. Alleen deze houding zou het onrecht kunnen helen.
Vissen moet zich bewust worden van Goed en Kwaad. Pas als de profiteurs zich bewust worden van hun privileges, zal het Kwaad geen kans meer krijgen. Bewust worden is als ontwaken (het Engelse woke betekent ‘wakker’). Als ons bewustzijn na een nacht slapen weer terugkeert, ontwaken we en zien we het licht. Wokisme wijst de weg naar een heling van pijn.
De woke-beweging bestaat in overeenstemming met het ‘ik en de wereld’ uit superindividuen die vinden dat ze niet in een hokje passen. Vandaar dat we een heel spectrum zien aan identiteiten. Waar bijvoorbeeld voorheen de seksuele voorkeur bestond uit he/ho/bi werd dit uitgebreid met lettercombinatie lgbtqia+ waarbij de + staat voor ‘en nog veel meer’ (bijzonder: hetero is uitgesloten). En voor de afkomst volstond vroeger de provincie of de streek waar je geboren was, en nu zijn daar de toevoegingen bij gekomen ‘met x migratieachtergrond’. De gemene deler van al deze superindividualisten is hun ideologie.
De ideologie van wokisme is de vereniging van neomarxisme met christelijke ethiek. De sociale strijd tussen kapitalisten en arbeiders is vervangen door de tegenstelling tussen onderdrukten en onderdrukkers. Onderdrukten hebben geen macht en zijn per definitie slachtoffer. De onderdrukkers veroorzaken pijn en zijn dus slecht. Alle onderdrukten zijn goed, want zij veroorzaken geen pijn. Het meest fout zijn de blanke heteroseksuele mannen omdat zij schuldig zijn aan alle vormen van onderdrukking: slavernij, racisme, kolonialisme, seksisme en homofobie. Zij profiteren van hun privileges en zij houden het (vaak onbewust) in stand. Volgens wokisme worden de blanke mannen als de nazaten van hun koloniale voorouders met een erfzonde geboren. De zondaars kunnen in het reine komen door zich net als Christus op te offeren. Ze moeten hun schuld bekennen, excuses maken en herstelbetalingen doen. Door positieve discriminatie kunnen ze de gevolgen van onderdrukking tenietdoen. Emeritus-hoogleraar en activiste Gloria Wekker betoogt in haar boek White Innocence dat Nederlanders erfelijk belaste witte racisten zijn. ‘Witte onschuld’ bestaat niet.
Wokisme is een bewustzijnsproces van de zwakkeren. Woke-personen pretenderen dat zij vanuit hun universele moraal goed zijn en dat de blanke mannen slecht zijn. Met de omdraaiing van dader-slachtofferrollen is wokisme heel christelijk. Jezus zei: ‘De laatsten [zwakkeren] zullen de eersten zijn’ en Paulus schrijft in Romeinen: ‘Wij, de sterken, moeten de zwakken in hun kwetsbaarheid bijstaan en niet ons eigen belang vooropzetten’. Wokisme is een therapie voor de zwakkeren om pijn te verwerken. Het adresseert de kwetsuren die minderheden decennialang hebben gevoeld. De oorzaak van hun gevoelde pijn is een gevolg van onbewustheid van de daders.
Het wokisme gaf vier progressieve generaties een familiegevoel; de inmiddels grijze babyboomers die ooit als student in Mei ’68 op de barricaden stonden, de verwaaide vredesactivisten uit de jaren tachtig die met hun ziel onder hun arm liepen, de antiglobalisten en de occupybeweging die strijden tegen de uitwassen van kapitalisten, maar ook mensen- en dierenrechtenactivisten en milieuactivisten vonden elkaar in hun identificatie als slachtoffer of onderdrukte. Zo ontstond een gemêleerd gezelschap van individuen die bij hun strijd tegen sociaal maatschappelijk onrecht het blanke patriarchaat veroordeelt.
Kreeft kijkt terug en geeft met de veranderde inzichten een nieuw oordeel over het verleden en herschrijft de geschiedenis en vervormt verhalen. Woke-personen gingen met het wapen van de morele veroordeling in de hand met de stofkam op zoek naar alles wat als kwetsend wordt ervaren met het doel om de westerse cultuur te ‘deconstrueren’. Ze trokken de racismekaart bij de tradities van Zwarte Piet en blackface. Standbeelden van historische helden werden omvergehaald of werden voorzien van pedagogische bordjes. Beelden en woorden die verwezen naar een glansrijk koloniaal verleden moesten worden geneutraliseerd. Het Amsterdams Museum schrapte de term ‘Gouden Eeuw’. Gevoelige woorden zijn stam, inheems, exotisch, kolonist, indiaan, brandweerman, asielstroom. Alles wat als kwetsend kan worden ervaren, hoe klein ook, werd bestreden. Zo is de manspreading ongepast vertoon van macht. Zelfs de kleinste vorm van micro-agressie wordt als kwetsend ervaren: een punt achter een zin zetten wordt beschouwd als het bruut afkappen van een app-gesprek. De ‘woke taalpolitie’ censureerde vele woorden die het ‘aanstootgevend’ acht. ‘Neger’ (betekent ‘zwart’) werd ‘zwart’ en ‘blank’ werd verschoond tot ‘wit’, ‘slaaf’ is vervangen door ‘tot slaaf gemaakte’, ‘gehandicapte’ werd ‘een persoon met een beperking’. Het seksistische ‘Dames en Heren’ werd ‘Beste mensen’. In de sociale media werden mensen met een foute mening verklikt, verketterd en verwijderd. Zo werd de Britse Harry Potter-auteur J.K. Rowling beschuldigd van transfobie toen ze op Twitter postte ‘Mensen die menstrueren zijn vrouwen’.
Tijdens de cultuurstorm kwam in oktober 2017 met de MeToo-beweging bij veel vrouwen een ontlading van woede en verontwaardiging over seksueel grensoverschrijdend gedrag. Een stortvloed van aantijgingen over mannen die hun macht zouden misbruiken ging viraal op Twitter. Veel mannen met aanzien werden als aanranders of bullebakken van hun voetstuk getrokken: Hollywood-producent Harvey Weinstein, ‘de ideale familieman’ Bill Cosby, de Franse politicus Dominique Strauss-Kahn, en in Nederland Marco Borsato en Matthijs van Nieuwkerk. De val van vele idolen bracht sommigen op het waanidee dat er een groot sinister pedonetwerk zou bestaan van machtige mannen.
In de loop van de tijd groeide woke uit tot een machtige lobby die elk sociaal onrecht en elke vorm van onderdrukking aankaart. Na het wegvallen van de religies en de ideologieën zette de moralistische Kreeft het slachtofferschap in als het morele ijkpunt. De macht van woke zit in de morele afkeuring. Bestuurders bogen voor hun eisen want zij willen niet het stigma van ‘racistisch’, ‘homofoob’, ‘seksistisch’, ‘transfoob’, ‘islamofoob’, ‘vetfobisch’. Zo werd woke een echte gedachten- en spraakpolitie. Opgezet als een tribunaal geeft het uitspraken, censureert en veroordeelt tot de sociale dood.
Op de universiteiten werd door woke een verstikkende cultuur gecreëerd waarin geen ruimte meer is voor afwijkende meningen en docenten en studenten continu opletten of ze niet iets verkeerds zeggen of schrijven. Vrijheid van meningsuiting en zelfs zuivere beoefening van de wetenschap komen hierdoor in gevaar.
Wokisme heeft na het loslaten van de christelijke moraal en de grote bandeloosheid van de jaren negentig, de moraal teruggebracht in de samenleving, en dat was nodig. Met het Bijbelse ‘Onderzoek alles, behoud het goede’ grijpt Kreeft terug op breed gedragen normen en waarden en incorporeert deze in de moraal van nieuwe cultuur die vanaf Ram is ontstaan. Wat goed is sluit Kreeft in de ziel van de cultuur en wat onacceptabel is sluit Kreeft uit. Maar omdat Kreeft dingen insluit én uitsluit, heeft het wokisme ook zijn beperkingen. Want hoewel woke pretendeert ‘inclusief’ te zijn, zijn ze met hun simpele dader-slachtofferschema juist vijandig tegenover iedereen die het niet met hen eens is. Iemand die voorstander is van traditionele rolpatronen, is een seksist, christenen die vanuit hun geloof moeite hebben met homoseksualiteit zijn homofoob, en alle blanke mannen die nog niet het boetekleed dragen, zijn nog niet ‘woke’.
En met Vissen in de tijdgeest is woke nogal schizofreen. Want woke-personen hebben een grote liefde voor de waarden van de Franse Revolutie en verheffen deze tot de universele waarden van de mensheid, maar ze hebben ook een enorme zelfhaat voor alles van de westerse cultuur wat niet strookt met hun idealen. Als cultuurmarxisten willen ze met hun ‘deconstructie’ de burgerlijke cultuur vernietigen. Ze profiteren van de welvaart die hun voorouders hebben opgebouwd maar met hun moraal veroordelen woke-personen hun eigen voorouders op wiens schouders zij staan. Schizofreen is ook de houding ten opzichte van niet-westerse beschavingen. Woke laat geen ruimte toe voor ‘achterlijke’ identificaties met religies en etniciteit, en het veroordeelt waarden van niet-westerse beschavingen zoals familie-eer, vaderlandsliefde, plichtsbesef, maar tegelijkertijd is er juist een groot respect voor niet-westerse beschavingen omdat deze als slachtoffer worden gezien van het Westen. Met een dubbele moraal hebben woke-personen begrip voor het dragen van de hoofddoek of de Palestijnse strijd tegen Israël (want moslims zijn slachtoffer van het blanke patriarchaat) en dat terwijl de traditionele moslims juist afkerig staan tegenover rechten van vrouwen en homo’s. Hoewel zij diversiteit predikt tolereert de woke-moraal geen andersgelovigen.
Woke is het begin van een proces waarbij trauma’s kunnen helen. Het Vissentijdperk duurt nog lang en Wokisme zaait met een veel te simpel goed-foutschema tweedracht in de maatschappij. Woke-personen verdelen op basis van een gebeurtenis die ver achter ons ligt, de maatschappij in onderdrukkers en onderdrukten. Met hun cancelcultuur roepen ze het Kwaad juist op. De verzoenende kracht van Vissen – vergeving – is hen nog vreemd.
De bewustwording van Goed en Kwaad is het thema van het historische Vissentijdperk. Dit proces begon al na de Tweede Wereldoorlog. Het Duitse volk draagt sindsdien een loodzwaar schuldbesef; geen ander volk is zich zo bewust van haar (nazi) verleden. Maar de nazi’s hadden het antisemitisme niet uitgevonden. In de Tweede Wereldoorlog kwam duizend jaar Europees antisemitisme tot een climax. Maar het Europese schuldgevoel is veel breder dan spijt over Jodenhaat. Na de Tweede Wereldoorlog voelt Europa zich schuldig over zijn zwarte bladzijden in de geschiedenis: kolonialisme, imperialisme, slavernij en Auschwitz. Maar ook de klimaatopwarming en de achteruitgang van de natuur rekent het Westen zichzelf aan. De aanslagen op 11 september 2001 zouden de Verenigde Staten op zichzelf hebben afgeroepen. Vissen wordt zich bewust van schuld, en wil dit opbiechten en wil boete doen.
De katholieke Kerk heeft in het jubeljaar 2000 met het ‘Mea Culpa’ (mijn schuld) haar schuld bekend over haar vroegere wandaden zoals vervolgingen, heksverbrandingen en inquisitiepraktijken. Ook stelde de Kerk Galilei postuum in gelijk over zijn idee dat de Aarde om de Zon draait. Na de Kerk volgden de wereldlijke machthebbers. De Nederlandse staat erkende dat het rechtsherstel van de Joden, Sinti, Roma, homoseksuelen en de slachtoffers in Nederlands-Indië na de oorlog tekort was geschoten en keerde ongeveer 250 miljoen euro uit om het goed te maken. De Nederlandse Spoorwegen bood in 2005 excuses aan voor haar rol in de oorlog. Het spoorbedrijf heeft zo’n honderdduizend Joden naar het doorgangskamp Westerbork vervoerd. Aan de transporten heeft het bedrijf omgerekend ongeveer drie miljoen euro verdiend. In 2019 betaalde ns ongeveer dertig miljoen euro aan de ongeveer vijfhonderd nog levende Joden, Roma en Sinti en hun nabestaanden. Koning Willem-Alexander bood in 2020 in Indonesië zijn excuses aan voor het Nederlandse geweld tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog. Een jaar later bood de burgemeester Femke Halsema namens het stadsbestuur van Amsterdam excuses aan voor de rol die de hoofdstad heeft gespeeld in het slavernijverleden, en in 2025 bood Halsema excuses aan voor de rol van de gemeente Amsterdam bij de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog. Met schuldbekentenissen komen de Europeanen in het reine in de eindtijd van het christendom.
In het generatieve Ramtijdperk streden enkele vrijheidsstrijders voor de emancipatie van de zwakkeren. Stier maakte dat concreet met wetgeving ten aanzien van gelijke behandeling. Tweelingen accepteerde de zwakkeren als gelijkwaardig in het maatschappelijke verkeer en er vond een kruisbestuiving plaats tussen hetero-homo, en tussen man-vrouw. Homo’s konden net als hetero’s trouwen en heteromannen durfden hun vrouwelijke kant meer te tonen. Vrouwen gingen massaal werken en mannen gingen zich meer bekommeren om de opvoeding van hun kinderen. Kreeft legt als laatste teken van de opbouwfase de gelijkheid vast in de moraal. Respect voor alle seksuele oriëntaties en genderidentiteiten is normaal geworden.
Met wokisme kwam het respect voor elk individu centraal te staan, en het voelde als de vervolmaking van de emancipatie van de zwakkeren, maar op de weg naar de ideale humane wereld, maakten veel mensen zich zorgen. Ze zeiden: met mij gaat het goed, maar met de samenleving gaat het slecht. De multiculturele samenleving was uiteengevallen in losse individuen. Wokimse is te veel ‘ik en de wereld’ en wat veel mensen misten is een familiegevoel. De burgers komen niet uit de lucht komen vallen, ze zijn ergens in geworteld, ze hebben een verleden, een geschiedenis, waarop ze bij voorkeur trots zijn (‘Trots op Nederland’). Kreeft gaf de samenleving weer een ziel met het rechts-populisme. De volksbeweging van het rechts-populisme was een reactie op het mislukken van de multiculturele samenleving.
Tot slot wil ik nog een interessant aspect beschrijven van Kreeft in Vissen: het Reality distortion field. Het realiteitsvervormingsveld is het vermogen van Kreeft om de realiteit te vervormen aan een gewenst beeld. In wezen bestaat er één waarheid, één realiteit en één ruimte-tijdcontinuüm, maar Kreeft bezit het vermogen om dit te vervormen zodat er een persoonlijk beeld ontstaat. De vervormde ruimtetijd behorende bij een entiteit noem ik de ziel; het definieert wie je bent, je sterke en zwakke punten, je karakter, vaardigheden, je beperkingen en meer. Over sommige personen wordt gezegd dat zij de gave bezitten om de realiteit te kunnen vervormen. Het begrip reality distortion field werd in 1981 voor het eerst toegeschreven aan Steve Jobs. Hitler bezat ook deze gave, en ook Bill Clinton, Elon Musk en Donald Trump kunnen de overtuigingen van mensen vervormen.
Kreeft maakt haar eigen wereld, met een eigen kijk op de werkelijkheid. Dit was goed te zien bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2016. Het was een strijd tussen de ratio van Waterman en de emotie van Vissen. Alles leek erop dat de zeer ervaren Hilary Clinton als eerste vrouwelijke president de lange weg van emancipatie, diversiteit en inclusiviteit zou voltooien. Haar apolitieke tegenstander Donald Trump leek met zijn lompheid en leugens alle adviezen van spindokters in de weg te slaan, maar de narcistische vastgoedmiljardair voelde beter aan wat er bij veel Amerikaanse kiezers leefde. Voor steeds meer Amerikanen was de American Dream een nachtmerrie geworden. Amerika had zichzelf verloren in het multiculturisme en de globalisering. De rationele Clinton bestreed Trump met woorden (Waterman), terwijl de mediagenieke Trump domineerde in de beeldvorming (Vissen).
Trump vervormt de realiteit waardoor hij een alternatieve werkelijkheid creëert. Bekend is dat Trump glashard beweerde dat er tijdens zijn inauguratie meer bezoekers waren dan bij de inauguratie van Obama. Foto’s echter bewijzen onomstotelijk dat dit niet klopt. Toen de Amerikaanse presidentsadviseur Kellyanne Conway hiermee werd geconfronteerd muntte ze de paradoxale term ‘alternatieve feiten’. Het gevolg van Trumps vervorming van de realiteit was dat Amerikanen verdeeld raakten in twee parallelle werelden. Vriendschappen werden verbroken, binnen families ontbrandden er felle ruzies over politiek. Beide kampen raakten opgesloten in een vervormd wereldbeeld: de kosmopolieten met hun doorgeschoten wokemoraal en klimaatalarmisme, en de populisten met hun alternatieve feiten en complottheorieën.
Ook de massamedia was niet immuun voor het reality distortion field. Toen het Kreeftprincipe rond 2002 begon, verloor de mainstreammedia haar intentie om het nieuws zo ongekleurd mogelijk te brengen. De Amerikaanse media sloot na 11 september 2001 de gelederen en gingen vierkant achter Bush staan. Ook in Nederland verdween rond die tijd de zuivere journalistiek. Dat heb ik zelf ondervonden bij het schrijven van dit boek. Ik had namelijk krantenknipsels bewaard uit de periode 1999-2006. Op het inmiddels vergeelde papier las ik dat de Volkskrant ruimte gaf aan andere perspectieven; bijvoorbeeld een interview met klimaatscepticus Hans Labohm. Het artikel is opvallend neutraal; de journalist laat een oordeel over aan de lezer. Zo’n neutraal artikel zou tien jaar later ondenkbaar zijn. De hele mainstreammedia sloot zich op in het vervormde wereldbeeld van de kosmopolieten. Vandaar dat Geert Wilders de ‘linkse media’ mijdt.
De mainstreammedia is verworden tot een activistisch platform van de kosmopolieten. Bij de nos worden journalisten geïnstrueerd om indien mogelijk een probleem te koppelen aan klimaatverandering. Activistisch is ook de ruimte die actiegroepen zoals Greenpeace en Milieudefensie krijgen om als ‘deskundigen’ ergens commentaar op te geven, terwijl andere belanghebbenden die ruimte niet krijgen. Tijdens de coronapandemie ging de mainstreammedia volledig mee in de massahysterie en functioneerde het als de communicatieafdeling van de overheid.
De Amerikaanse media is een nieuwsindustrie geworden. De vijf grote mediabedrijven worden geleid door managers die weinig oog hebben voor journalistieke waarden, en vooral kijken naar de advertentie-inkomsten. Belangrijker nog, de waarde van deze bedrijven is afhankelijk van hun zendlicentie, die worden toegekend door de overheid. Daarom proberen ze uit alle macht controversiële onderwerpen te vermijden die adverteerders, abonnees of de overheid tegen de borst stuiten. Een ander probleem is dat tv-kanalen te veel zendtijd moeten vullen met te weinig geld. Daarom maken ze gretig gebruik van zogeheten video news releases: kant-en-klare televisienieuwsitems van pr-bureaus welke ze zonder bron versturen naar de televisiestations. Die gebruiken het aangereikte soft-news om hun zendtijd te vullen. Ze plakken er hun eigen beeldmerk onder en brengen het als een exclusief nieuwsitem. De helft van het cnn-nieuws is gesponsord nieuws.
Ook de wetenschap zakte weg in de postmoderne middeleeuwen (2009-2084). Na de ongekende vooruitgang van de wetenschap in het historische Watermantijdperk verloor de wetenschap in het historische Vissentijdperk haar scherpzinnigheid. Dat begon in de jaren 1960-70 toen er standaardmodellen werden opgesteld in de kosmologie (oerknal), natuurkunde (het standaardmodel van de deeltjesfysica), geologie (plaattektoniek) en biologie (oersoep). Als klap op de vuurpijl bewees de eerste maanlanding dat de mens zijn beperkingen had overwonnen. Een god was niet meer nodig. Vervolgens gingen de wetenschapsadepten geloven dat de mens met zijn verstand de natuur kan bedwingen en ze vinden hun zingeving in ‘het redden van de aarde’. Ze leven met de blijde belofte van een technologisch paradijs, waarin de Nieuwe Mens het eeuwige leven kan hebben dankzij de versmelting van mens en techniek. De wetenschap werd een goddeloze religie.
De standaardmodellen werden in steen werden gebeiteld. Afwijken van de dogma’s werd praktisch onmogelijk. Critici worden weggezet als ketters. Wetenschappers die vraagtekens zetten bij de klimaathysterie of de evolutietheorie worden geëxcommuniceerd. Het toepassen van de wetenschappelijke methode (experimenteren, bewijzen en falsificeren) is vervangen door het geloof in een consensus. Deze kliekvorming is dodelijk voor de wetenschap. Want een meerderheid van meningen bewijst niets. Einstein zei al: wetenschap is geen democratie. De bewering dat 97 procent van de wetenschappers het erover eens zou zijn dat de mens verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde is een gotspe. Wie het betreffende onderzoek echt uitspit, komt tot de conclusie dat minder dan 1 procent van de wetenschappers zeker meent te weten dat de huidige opwarming hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door de mens!
De wetenschap is in haar postmoderne middeleeuwen verstrikt geraakt in het zielloze materialisme. Volgens het materialisme komt het leven voort uit de levenloze materie en deze laatste zou te beschrijven zijn als een kosmisch informatieverwerkingssysteem. Een soort supercomputer die data verwerkt volgens de natuurwetten. In deze visie is het bewustzijn niet meer dan een restproduct van hersenactiviteit en is de vrije wil een illusie. De aanhangers van het materialisme hebben een heilig geloof gekregen dat (computer)modellen de fundamentele Waarheid representeren.
De ‘alles is informatie’-visie is een reactie op het postmoderne idee dat de Waarheid niet zou bestaan. Volgens het dataïsme zouden de cijfers wél objectief zijn … maar niets is minder waar. Kale cijfers zeggen feitelijk niets. De ingaande en uitgaande informatie moet altijd worden geïnterpreteerd. Uit een zelfde set data kunnen tegengestelde conclusies worden getrokken. Als je niet weet wat normaal is, kun je van elk cijfer een schande maken. Statistieken kunnen daarom ook zeer misleidend zijn. De Amerikaanse schrijver Mark Twain schreef: er zijn drie soorten leugens: leugens, grote leugens en statistieken. Winston Churchill dacht er ook het zijne van: ‘Ik geloof alleen de statistieken die ik zelf heb vervalst’.
Een fundamenteel probleem van het dataïsme is dat door onze waarnemingshorizon veel informatie onbekend is. Hierdoor is in de natuurkunde de aandacht verschoven naar theoretische modellen, zoals de snaartheorie of de M-theorie. Deze modellen zijn niet meer dan zeer ingewikkelde wiskundige constructies welke met geen enkele waarneming of experiment kunnen worden bevestigd noch worden ontkracht. Alle modellen hebben een beperkte geldigheid, en voor complexe, dynamische systemen schieten alle modellen ernstig tekort. Daarom zijn betrouwbare voorspellingen in de economie, het weer en klimaat onmogelijk. Een ander probleem is dat het dataïsme totaal ongeschikt is om de Geest te beschrijven. De Geest is überhaupt niet meetbaar. Goethe zei al: ‘Het meten van het ding is een grove handeling die op levende wezens slechts hoogst onvolkomen kan worden uitgevoerd’. Toch is het materialisme doorgedrongen in de menswetenschappen, en dat heeft niets zinnigs opgeleverd. De neurobiologie heeft geen enkel benul van hoe mensen denken en voelen, de psychiatrie is verworden tot farmacie, economen proberen ontwikkelingen te duiden met wiskunde, statistiek en informatica, biologen zijn gebiologeerd door de evolutietheorie en erfelijkheidsleer, en ook sociologen en taalkundigen proberen tevergeefs allerlei wetten te ontdekken. Omdat de Geest onmeetbaar is, geldt voor modellen in de geestwetenschappen nog meer de regel: garbage in, garbage out.
Als een religie raakte de wetenschap gecorrumpeerd. Machthebbers gebruikten religies om de mensen in het gareel houden. Als het geprivilegieerde instrument van de macht werd de wetenschap ingezet om massa’s te manipuleren. Zo werd in de jaren tachtig de burgers bang gemaakt met verhalen over uitstervende bossen als gevolg van zure regen. Politici verschuilen zich achter de wetenschap om hun beleid te verantwoorden. Tijdens de coronacrisis verantwoordde Minister-president Mark Rutte zijn beleid met de frase ‘Wij varen op de wetenschap’ en daarmee werden wetenschappers aan de ene kant in de zetel van het godsperspectief geplaatst, maar aan de andere kant moesten zij naar de pijpen dansen van de politici (zo moest rivm-directeur Jaap van Dissel bakzeil halen over zijn wetenschappelijke stelling dat ‘mondkapjes niet werken’).
De goegemeente neemt niet de moeite om alles na te kijken en vaart blind op de autoriteit van wetenschappers, want ‘die zullen het toch wel weten’. De massa verlangt en verwacht dat de deskundigen antwoorden geven op hun vragen – net als vroeger meneer pastoor. Complexe wetenschappelijke hypotheses en theorieën met allerlei mitsen en maren, worden in de media gepopulariseerd tot verhalen. Het zijn verhalen over het leven van de oermens, over wat goed en slecht is voor de gezondheid, profetieën over de klimaatverandering en massa-extinctie enz. Deze verhalen krijgen hun eigen dynamiek, en de wetenschappers doen er vrolijk aan mee of ze worden er in meegesleurd. Dit alles betekent dat wetenschap en de interpretatie ervan, een filosofie, een metafysica en een moraal vereist. Dit feit heeft nogal wat consequenties, want kennelijk heb je een visie nodig om wetenschap te kunnen beoefenen en te duiden. Veel wetenschappers zetten zich in voor een betere wereld. Daarom gebruiken academici morele argumenten voor hun klimaat- en voedingsonderzoek. Ze zeggen bijvoorbeeld dat we minder vlees moeten eten voor het klimaat. Die combinatie van inhoudelijke kennis en moraliteit is wetenschap op zijn slechtst.
De wetenschap verloor haar scherpzinnigheid als gevolg van de commercialisering. Toen universiteit en onderzoeksbureaus in de jaren negentig na bezuinigingen op zoek moesten gaan naar ‘een derde geldstroom’ gingen de wetenschappers de markt op. En dan geldt de regel: wie betaalt bepaalt. Bedrijven zijn bereid om te betalen voor onderzoek mits het onderzoek voor dat bedrijf bruikbaar is (wetenschappelijk onderzoek toont aan dat dit product …). Bij onderzoeken die gefinancierd zijn door de tabaksindustrie is het natuurlijk wel duidelijk wat er achter steekt, maar ook de onderzoeken naar de werking geneesmiddelen en vaccins moet met argusogen worden bekeken. Het probleem met de objectiviteit geldt ook voor opdrachten vanuit de overheid. Door de derde geldstroom werden de financiële prikkels in de wetenschap net zo pervers als bij de banken. Banken kwamen met woekerpolissen en de wetenschapsindustrie creëert haar eigen markt met het verzinnen van nepproblemen (dit stofje is mogelijk kankerverwekkend). Dit businessmodel is heel succesvol op het gebied van gezondheid, natuur, het milieu en klimaat. Zonder problemen worden veel wetenschappers werkeloos. De wetenschapsindustrie draait op volle toeren. De laatste tien jaar zijn er ongeveer evenveel wetenschappelijke artikelen verschenen als in de gehele geschiedenis van de wetenschap daarvoor. Deze exponentieel stijgende stapel aan rapporten heeft nauwelijks nieuwe inzichten opgeleverd.
Door de commercialisering en corrumpering is de wetenschap meer gedreven op geld dan op waarheidsvinding. Door de druk die wetenschappers voelen om te scoren met relevante studies is de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek bedroevend slecht. Wetenschappelijke artikelen worden vaak meer gebruikt om er carrière mee maken (hoe meer wetenschappelijke publicaties, hoe meer kans om professor te worden). Wetenschappelijke tijdschriften willen graag publiceren wat in de mode is, en de peer review, waarbij vakgenoten een studie keuren voor publicatie, stelt vaak weinig voor omdat die peers niet (durven) afwijken van de consensus.
De belabberde kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek kwam aan het licht toen in de academische wereld in 2005 er de zogenoemde replicatiecrisis uitbrak. Die crisis begon met een aantal zware gevallen van wetenschapsfraude die aan het licht kwam. Data werd gemanipuleerd, archeologische artefacten werden nagemaakt, klonen van embryo’s werden verzonnen. Een bekend geval van wetenschapsfraude is Diederik Stapel. In 2011 kwam aan het licht dat de hoogleraar zich schuldig had gemaakt aan datamanipulatie en het verzinnen van gegevens. Schokkend was niet alleen de fraude zelf, maar ook dat de 55 publicaties waarbij fraude werd vastgesteld door het systeem van peerreview waren gekomen. Naast echte fraude, is het grootste probleem dat veel onderzoeken eigenlijk niets opleveren. Dit blijkt als men gaat proberen een onderzoek te herhalen. Dan kan 50 tot 85 procent van de onderzoeksresultaten niet worden bevestigd. En daarmee heeft het oorspronkelijke onderzoeksresultaat geen waarde en is waarschijnlijk ook de te onderbouwen hypothese of theorie onjuist. Dit probleem van de replicatie is wijdverbreid. Uit een studie van Monya Baker in 2016 bleek het volgende. Van 1576 wetenschappers – scheikundigen, natuurkundigen, ingenieurs, aard- en milieuwetenschappers, biologen, geneeskundigen en andere vakgebieden – had meer dan zeventig procent van hen zonder succes gepoogd andere studies te repliceren, terwijl ruim de helft niet in staat bleek eigen studies te repliceren. Ironisch genoeg kwamen de studies naar de kwaliteit van onderzoeken tot uiteenlopende conclusies.
Met gegoochel met cijfers worden mensen om de tuin geleid. Zo kon bijvoorbeeld het knmi na gerommel met hun data (homogeniseren) beweren dat het aantal hittegolven de afgelopen eeuw is gestegen (en dat is in lijn met hun activistische klimaatalarmisme). Ook tijdens de coronapandemie speelden de cijfers een belangrijke rol. Maatregelen werden genomen op basis van twijfelachtige cijfers. En dat terwijl zelfs relatief eenvoudige cijfers zoals het aantal besmettingen, ziekenhuisopnames en doden alles behalve ‘objectief’ waren. Deze cijfers werden geconstrueerd op basis van een aantal subjectieve afspraken en aannames, maar steeds hadden de cijfers de neiging om de gevaarlijkheid van het virus schromelijk te overschatten. Zelfs het harde cijfer van de oversterfte kan men niet simpelweg toeschrijven aan de mortaliteit van het virus. Ze kan ook het gevolg zijn van de gevolgen van de vaccinaties, uitgestelde behandelingen, de lockdowns en zelfs het gevolg van verkeerde behandelingen.
Kreeft bezielt de samenleving en we zien dat in het historische Kreefttijdperk (528-707) er een massale kerstening plaatsvond, en dit herhaalde zich in het generatieve Kreefttijdperk: de niet-religieuze samenleving omarmde de religie van de wetenschap. Maar omdat zuivere wetenschap ongeschikt is als religie, had Kreeft eerst het blikveld van de wetenschap vervormd en had Kreeft de wetenschap gecorrumpeerd en daarmee werd de wetenschap bruikbaar als religie. Zo eindigt Kreeft met een bezielde maar ook benauwde maatschappij: iedereen zoekt veiligheid, moraal, identiteit en bescherming, maar de bescherming dreigt om te slaan in controle en de moraal in censuur. De familie is gevormd, de grenzen zijn getrokken, de angst heeft de mensen bij elkaar gebracht. Daarmee is de opbouwfase voltooid. Wat Kreeft heeft ingesloten, moet Leeuw nu laten stralen; wat als familiegevoel begon, zal in het volgende tijdperk een gezicht, een leider, een macht en een koninklijke vorm krijgen.
Jeroen Visbeek, juli 2026