De computer is een handig hulpmiddel waarmee de mensheid meer controle heeft over de wereld om zich heen. Deze beschrijving dekt echter maar half de lading. Want ook onze taal is een handig hulpmiddel om te kunnen nadenken en om met soortgenoten te communiceren maar iedereen voelt wel aan dat taal zo veel meer is dan een hulpmiddel. Taal onderscheidt ons van de dieren; het maakt ons mens.
Onze hersenen zijn ingericht voor de verwerking van taal en beelden maar we hebben veel meer moeite met de verwerking van getallen en daarvoor hebben we een computer uitgevonden: een handige rekenmachine die ons een digitale wereld toont waar we ons niet thuis voelen maar waar we wel worden ingezogen. Die andere wereld is een logische foutloze universele wereld die zo verschilt van onze plaatsgebonden analoge wereld. De wereld van de universele techniek is het tegenbeeld van de mens met zijn eigen karakter en deze twee zullen gaan samenvloeien. Veel mensen huiveren bij dit idee en zij menen dat we toch zelf onze techniek in de hand kunnen houden; dit is een illusie.
In de techniekfilosofie – waar onder andere Jacques Ellul en Martin Heidegger tot worden gerekend – is de techniek geen onderdeel van de maatschappij maar wordt de maatschappij gedreven door de techniek. De ontwikkeling van de techniek wordt niet gedomineerd door menselijke maar door technische utopieën. Zolang een techniek nog in de kinderschoenen staat, kan volgens de techniekhistoricus Thomas Hughes de maatschappij nog gericht sturing geven aan een techniek maar naarmate een techniek meer wordt toegepast, neemt de techniek een meer allesoverheersende positie in. De techniek verplaatst zich dan van een individueel speeltje naar een collectief overlevingsmechanisme. De computer is aanvankelijk uitgevonden voor het snel oplossen van rekensommen maar nu is het een levensvoorwaarde geworden: zonder computers kunnen er geen zeven miljard mensen op Aarde leven of is het onmogelijk om de ruimte te exploreren. Zo wordt de mens afhankelijk van zijn techniek. Een eenmaal geaccepteerde techniek kan niet meer worden teruggedraaid. In het kader van de techniek bestaat de tendens alles te realiseren wat tot de mogelijkheden behoort, onafhankelijk van het feit of er behoefte aan is en zonder onderscheid van goed of kwaad.
Technologie die eenmaal ontwikkeld is, is niet neutraal maar heeft intrinsiek zijn eigen effecten en nodigt uit tot een bepaald gebruik ervan. Als er bijvoorbeeld de mogelijkheid bestaat om gifgas te maken, zal dat ook gebeuren en zal dit waarschijnlijk ook worden ingezet. Als de technologie beschikbaar is om de hulpbronnen van de Aarde uit te putten, wordt het aanlokkelijk om dit ook te doen. Als we met gen- en nanotechnologie kunnen gaan sleutelen aan onze genen, zullen er zich ongekende mogelijkheden voordoen; genezing (erfelijke) ziekten, vertragen van veroudering, mens geschikt maken voor ruimtereizen. Wie gaat hier ‘nee’ tegen zeggen? Individuen en actiegroepen kunnen hooguit een techniek bijsturen en afremmen maar uiteindelijk is techniek sterker dan de zwakheden van de mens en zal de mens zich onderwerpen aan de autonome en onvermijdelijke technische ontwikkeling. Techniek overkomt ons. Geen enkel mens kan diep van binnen een voorstander zijn van de bio-industrie maar deze technologie dendert over ons heen als een autonome machinerie. De techniek staat los van de aangeleerde cultuur en de aangeboren natuur; de techniek is een autonoom aspect van de samenleving. De techniek heeft haar eigen dynamiek die aan bewuste maatschappelijke sturing ontsnapt.
Wij mensen kunnen overleven dankzij onze techniek en hoe meer techniek tot onze beschikking staat, hoe meer controle we hebben over onze omgeving en ons lichaam. Dat klinkt mooi, maar de techniek is meer dan een handig hulpmiddel. De evolutie van de mensheid is verweven met zijn techniek. Toen onze voorouders rechtop gingen lopen en hun handen vrijkwamen, gingen zij stenen gereedschap fabriceren. Zonder deze techniek kon de mens niet overleven en sindsdien is er meer en meer techniek bijgekomen. Als gevolg van de technologisering van de samenleving wordt de mens voor zijn overleving steeds minder afhankelijk van de genetische aanpassingen aan het veranderende milieu of van de kennisoverdracht van onze cultuur, maar hangt ons voortbestaan af van onze technologische innovatiekracht. Wie de evolutie van de mens en de ontwikkeling van techniek overziet, kan niet anders concluderen dat onze techniek innig is verbonden met ons wezen en dat ons lot ermee wordt bepaald. Langzaam maar zeker raakt de mens steeds meer verbonden met zijn techniek en als we dit doortrekken, gaat de mens in de toekomst samenvloeien met zijn techniek. Een Nieuwe Mens wordt dan geboren.
Een door techniek bepaald landschap: vooruitgang of een dwingende ontwikkeling?
De onvermijdelijkheid kunnen we herleiden uit de versnelling van de technische innovaties sinds het ontstaan van de mens: nadat homo habilis stenen gereedschap ging fabriceren, werd de tijd tussen de innovaties steeds korter: in de steentijd duurde het honderdduizenden jaren en tegenwoordig lijkt het aantal innovaties nauwelijks meer bij te houden. De veranderingen gaan steeds sneller en als we dat doortrekken, volgen in de nabije toekomst innovaties elkaar op in maanden, dagen, uren, seconden, microseconden en dan komt er moment waar het tempo voorbij ons bevattingsvermogen gaat. Dit moment noemde sciencefictionauteur Vernor Vinge in de jaren tachtig de technologische singulariteit, een term die geleend is van de natuurkunde waar het begrip staat voor een punt in het ruimtetijdcontinuüm waar de bekende natuurwetten niet meer gelden. Het begin van de oerknal en een zwart gat wordt voorgesteld als een singulariteit en hiermee heeft het begrip een relatie met het begin en het eind van iets. De technologische singulariteit is een moment in de toekomst waar de technologische vooruitgang zo snel gaat dat mensen met hun tegenwoordige intelligentie de processen niet meer kunnen begrijpen.
De aanhangers van dit idee noemen zichzelf transhumanisten. Zij zien de exponentiele groei van de computertechnologie als het bewijs dat de mensheid versnelt naar een moment waar de Nieuwe Mens wordt geboren. Op dit tijdstip nemen de eerste kunstmatige intelligenties of posthumans (verbeterde mensen met een opgevoerde intelligentie) hun verdere ontwikkeling in eigen hand en wordt de oude mens overbodig.
De futurologen hebben vele scenario’s bedacht: van een paradijs op Aarde waar de mens boven zijn grenzen uitstijgt en zichzelf tot God transformeert tot terminators die de verouderde en onnodige mensheid zullen vernietigen.
In twaalf astrologische tijdperken wordt de Nieuwe Mens geboren. Elk tijdperk duurt 72 jaar en de hele cyclus duurt 864 jaar (12x72 jaar). Het levenslicht van de Nieuwe Mens ontbrandde in 1828. Toen begon het 72-jarige ramtijdperk met de ontdekking van elektriciteit. Stier maakte er nuttige apparaten mee voor bedrijven en tweelingen maakte sinds 1972 de computer persoonlijk en verbond alle computer met het internet. Kreeft gaat vanaf 2044 de elektriciteit, de hardware en software verbinden met ons lichaam. Het is een lange aanloop naar de conceptie in de leeuwfase (2116-2188): het samenvloeien van mens en machine, de cyborg. In de maagd-, weegschaal- en schorpioenfase ontwikkelt de Nieuwe Mens zich in een embryonaal stadium en de daadwerkelijke geboorte van de Mens 2.0 verwacht ik aan het eind van het boogschuttertijdperk (2404-2476). In steenbok is de Nieuwe Mens heer en meester over de Aarde en vanaf de watermanfase kunnen machines zonder vlees en bloed mogelijk tot leven komen waardoor de cyborg in vissen kan oplossen.
Het verhaal van de geboorte van de Nieuwe Mens ga ik vertellen met de levenscyclus van de twaalf dierenriemtekens. Dit verhaal bestaat uit twaalf fases welke ik met de karakters van de twaalf dierenriemtekens duid. Het begon in 1828 toen ram het startschot gaf. De Nieuwe Mens is een versmelting tussen de mens en zijn techniek en meer in het bijzonder de eenwording tussen de computer en zijn uitvinder. Een computer werkt elektronisch en in het ramtijdperk ontdekte de mens de magie van elektriciteit. Rond 1900 ging stier hiermee aan de slap door er een praktische invulling aan te geven met elektrische apparaten, tel- en sorteermachines en later mainframecomputers. De logge computers in het stiertijdperk waren alleen betaalbaar voor grote bedrijven en overheidsinstellingen. Tweelingen brak in 1972 dit bastion open met opensourcesoftware en betaalbare personal computers. De interactieve tweelingen maakte de computer persoonlijk, mobiel verbonden met het internet. In het stiertijdperk moesten de arbeiders zich schikken naar de automatisering en in het tweelingentijdperk werd de computer leuker en mensvriendelijker. Als we de ramfase vergelijken met de babytijd en de stierfase met de kindertijd, dan is de tweelingenfase de pubertijd voor de Nieuwe Mens. Dankzij het fundament dat stier in het bedrijfsleven heeft gelegd kan tweelingen snel groeien. In het tweelingentijdperk werd alle informatie gedigitaliseerd en met de aanleg van internet bouwde tweelingen een ongekend informatienetwerk. Wanneer het kreefttijdperk in 2044 begint, zal het internet door emergentie de kenmerken krijgen van een levend wezen. Kreeft bezielt het internet met een vorm van bewustzijn.
In het kreefttijdperk (2044-2116) zullen de computer en de mens nader tot elkaar komen. Waarschijnlijk zullen er een nieuw soort chips worden ontwikkeld die meer gelijkenis hebben met de organische moleculaire structuren maar ook werken op elektriciteit. Ram ontdekte de elektriciteit, stier ging er nuttige apparaten mee maken, tweelingen voegde er informatie aan toe en kreeft brengt de elektriciteit in contact met de mens. De tijdperken komen in golven en in 2008 is het kreeftprincipe begonnen. De smartphone is een voorbode van de emotionele band tussen de mens en elektriciteit welke ons in het kreefttijdperk staat te wachten. In het kreefttijdperk zal de beheersing en verwerking van informatie humaniseren door de ontwikkeling van op gentechnologie gebaseerde biochips. Hiervoor gaan we aan onze genen sleutelen en het ligt voor de hand dat virussen gaan worden gebruiken om doelgericht het dna te veranderen. Virussen zijn ideaal omdat ze bestaan uit pakketjes informatie die het vermogen hebben om ons lichaam binnen te dringen, ons dna te muteren en klonen van zichzelf te maken. Een andere ontwikkeling in het kreefttijdperk is dat robots door ervaring menselijk gedrag en taal zich aanleert. Net als een mensenkind onwetend wordt geboren en zijn moedertaal leert door te luisteren en te proberen, zo zullen kunstmatige neurale netwerken met vanzelf de juiste vaardigheden leren. Omdat zulke robots en computers dit altijd in een specifieke omgeving doen en in een specifieke hardware en software, is het de vraag of deze ervaringen overdraagbaar zullen zijn. Kreeft is zacht van binnen maar hard van buiten. Kreeft sluit in en sluit af. De ervaringen en de kennis die een computer of robot leert zal niet kunnen overdragen, en hiermee begint een computer of robot met een vorm van leven. Kreeft vormt de identiteit en in deze fase zullen robots en computer een eigen karakter krijgen.
De bionisering van de elektronica in de mens en de zelflerende computers leiden in het leeuwtijdperk (2116-2188) tot de conceptie; de versmelting van mens en machine.
De eerste vier tekens ram, stier, tweelingen en kreeft zijn de opbouwtekens; zij creëren de juiste omstandigheden voor de bevruchting in leeuw. De opeenvolgende fases leeuw, maagd, weegschaal en schorpioen zijn de instandhoudingstekens en deze vier fases kunnen we ons het beste voorstellen als de ontwikkeling van een foetus in de baarmoeder. De onbevruchte eicel is te vergelijken met de mens en de zaadcel is de technologie die in de leeuwfase de mens binnendringt. De technologie zal voor een deel bestaan uit gentechnologie en voor een ander deel aan operatief ingebrachte implantaten en de hersenen. In de maagdfase zullen ook andere organen voorzien worden van implantaten en deze zullen worden opgevoerd met gentechnologie en in het weegschaaltijdperk zullen technieken worden ontwikkeld waardoor de implantaten lichaamseigen worden en gaan meegroeien met het lichaam. In de weegschaalfase wordt het voor de Nieuwe Mens mogelijk om zonder hulpmiddelen te communiceren met het internet. Schorpioen gaat de band tussen mens en machine inniger verstrengelen door de ingebrachte technologie seksueel overdraagbaar te maken. Hiermee kan de Nieuwe Mens op eigen benen gaan staan in de verbreidingsfase. Ook zal schorpioen het internet een hogere vorm van bewustzijn geven welke overdraagbaar is naar andere netwerken. Op deze manier overstijgt het internet zijn fysieke gebondenheid met de Aarde.
Neil Harbisson (1982) is een Brits-Amerikaans avant-garde kunstenaar en ’s werelds eerste cyborg. Met de antenne die in 2004 in zijn schedel is geïmplanteerd kan hij elektromagnetische straling waarnemen als geluid. Hij kan telefoongesprekken direct in zijn hersenen horen en via bluetooth heeft hij direct verbinding met internet.
Veel mensen zijn bang voor het idee dat een nieuw soort mens ons huidige soort mensen gaat onderwerpen. Ze vrezen dat de supermensen op grond van hun onbetwiste superioriteit de macht zullen opeisen en de niet-verbeterde mens als slaven zal gaan gebruiken. Alle mensen die hier van huiveren zouden ook fel gekant moeten zijn tegen de bio-industrie, of met andere woorden: wij mensen geven nu een slecht voorbeeld aan onze superieure opvolgers. Het schrikbeeld van de slavernij zal de ontwikkeling van de supermens niet stoppen.
Ik kan me zelfs een toekomstscenario voorstellen waarin de supermens het als een morele plicht ziet om de slavernij in te voeren. Stel dat de Aarde door klimaatveranderingen en milieuvervuiling onleefbaar dreigt te worden en de oude mens faalt om het op te lossen, dan moet er op een gegeven moment worden ingegrepen voor het behoud van de leefbaarheid van de Aarde. De schuldige oude mens die er een enorme rotzooi van heeft gemaakt zal zijn rechten worden ontnomen en de Übermenschen hebben dan de plicht om de oude mens te dwingen tot een gedragswijziging. Vanuit het perspectief van een Übermensch is de huidige mens een agressief en dom wezen die veel fouten maakt, matig rationeel kan denken, gevoelig is voor depressie, manipulatie en verslavingen, te veel op zoek is naar egoïstische behoeftebevrediging, die met zijn kortzichtige gedrag de hele Aarde kapot maakt. Om de Aarde te redden kan men gerust stellen dat de Übermensch de morele plicht heeft om de oude mens te knechten.
Veel mensen hebben een beperkte kijk op het leven. We denken dat wij de meest intelligente, creatieve, meest bewuste en spirituele wezens zijn. In sciencefictionfilms en boeken huiveren we van terminators en supercomputers maar op het einde van het verhaal overwint dan toch altijd de mens van vlees en bloed. De mens houdt van zichzelf en wil niet sterven, maar toch is dat ons lot. Wij zijn superieur aan de dieren omdat wij met onze hersencapaciteit technieken hebben ontwikkeld maar de techniek bezit net als de genetische evolutie een dwingende kracht. We kunnen onze eigen techniek niet tegenhouden en door een samenvloeiing van mens en machine creëren we een betere versie van onszelf waarmee de oude mens het lot van de dinosauriërs achternagaat.
Jeroen Visbeek, maart 2016
Dit beleid bevat informatie over uw privacy. Door te posten, verklaart u dat u dit beleid begrijpt:
Dit beleid kan op elk moment en zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Deze algemene voorwaarden bevatten regels over het plaatsen van opmerkingen. Door een beoordeling te plaatsen, verklaart u akkoord te gaan met deze regels:
Als u zich niet aan deze regels houdt, kan dit ertoe leiden dat u wordt uitgesloten van het plaatsen van verdere beoorldeingen.
Deze algemene voorwaarden kunnen op elk moment en zonder kennisgeving worden gewijzigd.
Beoorldeingen